Logo Paswoord

Journalist

Welkom! Google heeft je met vermoedelijke zoektermen als ‘journalist’, ‘schrijver’, ‘nieuws’ of zelfs ‘schrijver sport / wielrennen’ tot bij Paswoord geleid. En wees gerust: Google heeft dat goed gedaan. Correct nieuws zoeken, maken en publiceren, dat is de essentie. Nieuws-gierig?

Journalist

Welkom! Google heeft je met vermoedelijke zoektermen als ‘journalist’, ‘schrijver’, ‘nieuws’ of zelfs ‘schrijver sport / wielrennen’ tot bij Paswoord geleid. En wees gerust: Google heeft dat goed gedaan. Correct nieuws zoeken, maken en publiceren, dat is de essentie. Nieuws-gierig?

Journalistiek

Logisch dat je op deze pagina passeert. Mogelijk herken je (één van) de volgende situaties…

Ik wil  een voorbeschouwing/verslag van een event posten, maar ik heb er geen tijd voor. Journalist in de zaal?
Ik zoek iemand die de knepen kent: reportage, interview of column. Kortom: een top-pen. Punt!
Ik wil reacties en meningen. Wie interviewen, welke vragen stellen en hoe uitschrijven?
Ik ken een prachtverhaal of heb opvallend nieuws. Help het mij te vertellen!
Ik heb nood aan een schrijver met passie voor sport en/of wielrennen.

Het gepaste antwoord?
Paswoord!

Journalist portfolio

Paswoord maakt het nieuws, jij maakt het mee.

De gereedschapskist bulkt van de taalbagage. Neutraal en objectief waar nodig, meelevend en meeslepend als het even kan.

Een extraatje misschien. Sportieve items en vooral ‘de koers’ fietsen al enkele jaren mee in het schrijfwerk. Verslaggeving, reportages, interviews, columns… Het kan allemaal.

Heb jij ‘vertelwaardig’ nieuws of een opvallend verhaal? Vertel het… of laat het vertellen. Door Paswoord, de sleutel tot topteksten. Zeg maar waar en wanneer.

Vragen? De belangrijkste woorden zijn nog altijd antwoorden. Neem gerust contact op, zodat jouw nieuws de wereld verrijkt.

Portfolio als journalist

Staaltjes van journalistiek? Er zijn er heel wat, op HBvL, Touretappe.nl of Wielerverhaal. Een verslag, interview of portret. Een reportage, column of voorbeschouwing. Paswoord zoekt het gepaste woord.

Kris Winters

Kris Winters

Kris Winters, Special Olympisch zwemkampioen en gezicht van G-sport Vlaanderen.

“Heb je mij al zien opduiken bij de bakker of op een vrachtwagen?”, vraagt G-zwemmer Kris Winters uit Meeuwen al lachend. Momenteel is hij één van de campagnebeelden van de nationale actie ‘Supporters voor G-sporters’ en drijft hij enthousiast mee op de golf van reacties die dat teweegbrengt. Kris is niet de eerste de beste… Op de Special Olympics Wereldspelen in Athene (2011) pompte hij zich meter na meter naar goud op de 100 meter vrije slag. Een rist medailles, prijzen en aanbiedingen stroomden sindsdien toe, maar Kris veranderde geen spat en bleef zichzelf.

Kris Winters is een erg bekende en graag geziene jongen in Meeuwen. Hij heeft het Syndroom van Down maar hij is bijzonder rad van tong en goedlachs. En zo trok hij ook mama Madeleine en papa Mathieu mee in een onverwacht zwemavontuur. “Onze Kris kon als kleuter eigenlijk niet goed zwemmen”, begint Madeleine die ook aanschuift in het gesprek. “We trokken vaak naar het zwembad Mivo in Peer en vertelden hem dat hij tot aan de eerste koord – het ondiepe stuk – in het water mocht. De gelijktijdige arm- en beentechnieken waren erg moeilijk te combineren voor hem en dus vreesden we dat het niet zou lukken. Toen we even wat aandacht schonken aan onze jongste zoon Koen, dook Kris plots helemaal achteraan in het diepe deel van het zwembad op. Hij had zich tot ginds gewurmd of geplensd, ik weet het niet, maar in elk geval… hij was er geraakt. En vanaf toen was hij ook vertrokken.” Kris lacht en knikt: “Mama geloofde er niets van. Nu, ik ging ook vaak lopen met papa en bij mijn eerste Belgische Special Olympics in 2001  – die trouwens jaarlijks staan gepland – deed ik mee aan de atletiekcompetitie. Omdat mijn knieën steeds meer protesteerden schakelde ik over op zwemmen. Met succes! Ik moest eerst enorm werken aan mijn techniek.” Kris gaat rechtstaan en toont uitgebreid zijn zwemhoudingen. “Besef je wel hoe moeilijk het is? Bij de afsprong moeten de benen een beetje uit elkaar, niet tegen elkaar. De armen moeten achteruit gestrekt. Het lichaam moet in een bepaalde hoek gebogen zijn. En dan ben ik dus nog niet aan het zwemmen, hè.” Madeleine vult aan: “Het is voor Kris inderdaad erg moeilijk om zijn armen, benen en zijn lichaam te coördineren. En dan zou hij ook nog baantjes moeten tellen tijdens de wedstrijd, maar dat lukt hem niet.” “Klopt”, beaamt Kris. “Het is al gebeurd dat ik na zes van de acht baantjes stopte en dat de wedstrijdleiding me terug het bad instuurde. Of nog beter: dat ik na acht baantjes gewoon doorzwom. Ach ja, zwemmen is gezond hè” (lacht).

In 2011 volgde een plotse selectie voor de Special Olympics Wereldspelen in Athene. “En heet dat het daar was”, puft Kris nog na. “Ik ben een zweterke, hè. Toen ik mijn gouden medaille ging afhalen was het 35 graden, maar we moesten van de organisatie gekleed naar de podiumceremonie gaan. Ik trok dan maar snel mijn badjas aan. Man man… wat een hitte. Maar wat een ervaring ook! Ik heb daar een Griekse thuiszwemmer geklopt die heel snel vertrokken was. Ik had hem in de gaten. Papa trouwens ook, want hij zat in de tribune te filmen. ‘Kom aan Kris… kom aan Kris’, riep hij bij elke slag. Niet dat ik er iets van hoorde met dat water en een badmuts over mijn oren.  Maar toen ik de beelden achteraf bekeek hoorde ik hoezeer iedereen meeleefde. Bij mijn thuiskomst op de luchthaven stonden al mijn maten van het Dagcentrum Open Kans Bree,  de hele familie en de Meeuwense schepen van Sport, mij op te wachten. En… ik kreeg er het eerste kusje van mijn vriendinnetje Monique! Jaja.” (lacht). Een beetje jammer wel dat ik dat jaar niet werd uitgeroepen tot Sportman van het Jaar in Meeuwen-Gruitrode. Maar ik heb wel iets in gang gezet. Een jaar later werd de categorie ‘G-sporter van het jaar’  toegevoegd aan de kampioenenhulde. Uiteindelijk moest ik toch nog tot 2016 wachten om die prijs te winnen.”

Tal van medailles hangen op Kris zijn kamer, waaronder ook nog een zilveren exemplaar van de Europese Spelen in 2014 in Antwerpen.  Kris zwom zich voortdurend in de kijker en zette G-sport mee op de kaart. Reclamejongens pikten zijn successen op. “Ik heb bijvoorbeeld mogen poseren voor Limburg.net, in verband met een actie voor zuiver water vertelt hij trots. “Ik moest in mijn badjas een flesje proper water omhoog houden. Die fotoshoot duurde zo lang dat het flesje loodzwaar werd”. De mooiste actie is die van Supporters voor G-sporters, dit jaar nog. Ik werd één van de vijf campagnebeelden. Nu duik ik zowat in heel Vlaanderen uit het zwembad op: op posters, pamfletten… en het kan nog  straffer. In diezelfde campagne werd namelijk ook het G-brood gelanceerd. Plots kreeg ik telefoon van mijn begeleidster Myriam die op vakantie was in Frankrijk. Ze reed achter een vrachtwagen aan waar mijn foto levensgroot werd afgebeeld met het G-brood. Hier in België had ik dat nog niet gezien, maar in Frankrijk dus blijkbaar wel.” (lacht)

En hoe ziet Kris zijn zwemtoekomst? “Zwemmen zal ik altijd doen, want dat blijf ik leuk vinden”, reageert hij enthousiast. “Ik was zelfs graag naar de volgende internationale Special Olympics gegaan, volgende jaar in Abu Dhabi. Maar… ik werd niet geselecteerd. Jammer… het zal de leeftijd zijn.”

Randstukje

“De Special Olympics draaien niet zozeer rond besttijden”, vertelt mama Madeleine. “Zwemkampioenschappen van valide atleten gaan uiteraard over plaatsen maar vooral ook over het breken van snelheidsrecords. Dat is bij de Special Olympics omgekeerd. Op voorhand moeten de deelnemers een realistische richttijd doorgeven. Op die basis worden ze ingedeeld in tijdscategorieën, los van hun handicap. Tijdens de wedstrijd komt het erop neer dat ze maximaal 15% sneller mogen zwemmen dan die richttijd. Doen ze het nog rapper, dan wordt dat gelijkgesteld aan competitievervalsing. Men redeneert dan dat je bewust een tragere tijd hebt doorgespeeld om zo gemakkelijk te kunnen winnen. Fair play en de Olympische gedachte ‘Deelnemen is belangrijker dan winnen’ zijn in dit geval dus essentieel.”

Gegevens over Kris

39 jaar

Woont thuis maar gaat dagelijks naar het Dagcentrum Open Kans in Bree

Doet een halve dag per week Begeleid Werk in de lagere school Klimop in Meeuwen.

Lid van de G- zwemclub De Waterlelies in Neerpelt.

Hobby’s buiten het zwemmen: omnisport, badminton, dansen.

Gezin: mama – Madeleine Broekx / papa – Mathieu Winters / broer – Koen Winters

Palmares
– Olympisch kampioen, Special Olympics, Athene  2011, 100 meter vrije slag
– Europees vice-kampioen, Antwerpen, 2014
– Tal van gouden, zilveren of bronzen medailles op de jaarlijkse Belgische Special Olympics
– G-sportman van het Jaar, Meeuwen-Gruitrode, 2016

Link: https://www.hbvl.be/cnt/dmf20181128_03994244

 

Marleen Winters

Marleen WintersMarleen Winters

Woonplaats: Meeuwen
Leeftijd: 49
Getrouwd met Rob Loos
Twee zonen: Sam (19) en Mats (18)
Beroep: opvoedster in VZW De Oever, afdeling dagcentrum De Sluis, Heusden
Hobby’s: fietsen bij De Doortrappers en met echtgenoot, koken, bakken

 

 

Fietsen v/door het leven

Marleen Winters fietst met een dwarslaesie

 ‘Het leven is zoals fietsen. Om in balans te blijven moet je in beweging blijven’. Het was natuurkundige Albert Einstein die het ooit noteerde. Het is Marleen Winters uit Meeuwen die het moedig in de praktijk omzet. Als gedreven sportieveling, toen ze nog over alle lichamelijke krachten beschikte. Als andersvalide sportvrouw, nadat een fietsongeval haar toekomst op de helling zette. Een verhaal van knokken, vechten en – in alle opzichten – de rug altijd opnieuw rechten.

12 juli 2015… De Europese ministers van Financiën ruziën over het noodlijdende Griekenland. Greg Van Avermaet wint met BMC de ploegentijdrit in de Tour. Duizenden festivalgangers feesten de vakantie tegemoet op Afro-Latino. Maar voor Marleen Winters uit Meeuwen valt de wereld van het ene moment op het andere stil. Letterlijk. Een onschuldig mountainbiketochtje in Winterberg, eindigt in een traumaziekenhuis in Dortmund. Het verdict is vreselijk hard. Een volledige dwarslaesie, waarbij het ruggenmerg ter hoogte van de borst kapot is en er vanaf dat punt ook complete verlamming optreedt.

“Het blijft moeilijk om over te praten”, vertelt Marleen. “We waren met de familie op vakantie in Winterberg. Tijdens een mountainbikeritje stuikte ik in een afdaling tegen de grond. Ik voelde meteen dat elke vorm van leven uit mijn lichaam sijpelde. Een beangstigende gewaarwording. Het begon in mijn benen en kroop zo omhoog. Ik was bij bewustzijn en dacht dat ik ging sterven, omdat de ene na de andere functie uitviel. Een helikopter vloog me over naar het traumaziekenhuis in Dortmund. Daar werd mijn rug met spoed gestabiliseerd. Uiteindelijk hebben ze me twaalf dagen in coma gehouden omdat ik ook nog een zware longontsteking kreeg. In Duitsland deed men er nogal gewoontjes over. ‘Het komt wel goed’, zeiden ze. Ondertussen hing mijn leven wel aan een zijden draadje maar mijn vechtlust trok me erdoor. De echte confrontatie volgde pas toen ik werd overgebracht naar het Sint-Jansziekenhuis in Genk. Dicht bij huis, maar mijn lichaam en mijn emoties deden zoveel pijn.”

Revalidatie en reïntegratie

“Handballen, lopen en fietsen, ik deed het allemaal”, gaat Marleen verder. “Ik heb altijd graag de sportieve grenzen van mijn lichaam verkend. Tijdens mijn fietstochtjes met de vriendinnen van mijn club De Doortrappers, of samen met mijn man Rob. Samen zijn we vaak met de fiets eropuit getrokken, bijvoorbeeld in de Ardennen of in Luxemburg.  Dat doorbijten kwam van pas tijdens mijn revalidatie in Pellenberg. Zeven maanden heb ik er verbleven. En afgezien. Vooral dat is belangrijk om weten. Mensen zien mij in een rolstoel zitten en weten dat ik niet meer kan lopen. Maar ze beseffen niet dat rolstoelafhankelijk zijn niet het ergste is. Ik kan bijvoorbeeld nauwelijks rechtzitten. Kijk…”.  Marleen koppelt enkele armsteunen los en haar romp valt als een steen naar voren.… “Ik ben zoals een knipmes… Ik heb nauwelijks nog buik- en rugspieren die mijn lichaam controleren. Het kost mij enorm veel concentratie en energie om gewoon al rechtop te blijven, een hele dag lang. Ik moet mezelf voortdurend met mijn armen ondersteunen, wat zich dan weer wreekt in mijn nek en mijn schouders. Ach, ik wil niet klagen. Ik ben eigenlijk heel blij met wat ik wél kan.”

Warm vangnet

“In Pellenberg stimuleerden Rob en mijn fietsvriendinnen me al om op termijn terug de weg op te trekken”, vertelt Marleen verder. “Eerst met een elektrische aankoppelfiets die ik aan mijn rolstoel kan bevestigen om dagelijkse uitstapjes te doen. Vervolgens ook met een elektrische ligfiets, om opnieuw zondagse of midweekse tochtjes te doen. Ik denk dat ik er nooit aan begonnen was zonder hun onvoorwaardelijke steun. Want evident is het niet… Ik kan niet alleen in de ligfiets kruipen. Dus helpen Rob of mijn clubgenoten me daar mee. Ik wil echt benadrukken hoe dankbaar ik hen ben. Zij zorgen ervoor dat ik kan genieten en fietsen. Dat ik kan babbelen en lachen. Dat ik kan doen wat altijd belangrijk was voor mij: sporten. Fietsen kost mij veel energie maar geeft mij ook veel energie.”

Rob regelde ook de nodige verbouwingen in huis. Familie, vrienden en collega’s spaarden kosten nog moeite om Marleen te steunen en te helpen. De Doortrappers organiseerden een benefietactie die zo veel geld opleverde dat ze twee elektrische handbikes en een aangepast busje konden kopen. Meteen kocht Marleen ook haar vrijheid terug. Marleen: “En toch is er nog een gemis, hoe dankbaar ik ook ben voor alles wat de omgeving voor me doet. Ik zou graag eens enkele vrouwen ontmoeten die in een gelijkaardige situatie verkeren. Die hebben ervaren wat ik voel en denk, die hetzelfde hebben meegemaakt. Ik revalideerde in Pellenberg tussen de mannen, waar ik niet echt een band mee kon opbouwen omdat ze veraf woonden. Het zou me goed doen om te kunnen delen en wie weet weer bij te leren. Mochten ze contact willen opnemen, graag.”

Dromen

Het ongeval dwong Marleen om oude fietsdromen op te bergen, maar er kwam ook ruimte vrij voor nieuwe plannen. Marleen: “De droom was om eens een echte Alpen- of Pyreneeëncol te beklimmen in 2015, het jaar van mijn ongeval. Dat gaat niet meer. Ik kan hooguit 60 kilometer fietsen met af en toe een helling die ik puur op elektrische kracht kan ronden. Maar er is inderdaad een ander plan gerezen. Rob en ik hebben een tandem aangeschaft. Eentje waarmee hij kan trappen en sturen, terwijl ik met armkracht kan meehelpen. Ik zou graag met hem in Luxemburg gaan fietsen, waar we vroeger al zo vaak geweest zijn. Een héél mooi land.  Mijn werk als opvoedster bij De Sluis is nog belangrijk maar is door de omstandigheden iets minder prioritair. Ik heb met mijn directeur de afspraak dat ik zoek naar een gepaste jobinvulling. Ook dat is fijn. Ik heb de andere kant van het leven gezien en daarom smaakt mijn wekelijkse tas koffie met de fietsclub me zoveel beter. Ik heb zoveel moeten afgeven, maar dat blijft mijn klein genot.”

—————————————————

Randje over gezondheid

De lichamelijke gevolgen van Marleens ongeval gaan veel verder dan enkel de verlamming. Op 13 februari 2019 onderging ze een zware operatie om een Monti-stoma te laten plaatsen. Hierdoor wordt de blaas met de navel verbonden, zodat je via een kunstmatige uitweg kan sonderen. De operatie op zich verliep perfect, maar Marleen bleef hoge koorts maken. Het ziekenhuisverblijf werd verlengd en pas na twee weken onderzoek vond de uroloog de oorzaak. Door de verzwakte weerstand had zich een groot abces ontwikkeld, waardoor een nieuwe en dringende ingreep nodig was. Marleen Winters: “Bedoeling van de operatie was om het toiletgebeuren comfortabeler te maken. Voorheen moest ik telkens een transfer naar bed doen en meerdere handelingen uitvoeren om te kunnen sonderen. Vanuit de rolstoel lukte dat alleen met hulp, terwijl je zulke dingen toch niet zomaar aan iedereen vraagt. De Monti-stoma zorgt er nu voor dat ik volledig zelfstandig en makkelijker kan sonderen. Jammer dat ik vaak getroffen word door extra complicaties, zoals nu met dat abces. Ik heb ook constant zenuwpijnen in de onderste ledematen. Door gebrek aan romp- en buikspieren moet ik mijn evenwicht corrigeren met mijn armspieren waardoor ook mijn nek- en schouderspieren overbelast worden. Ik heb hierdoor wel dubbel zo dikke armspieren als mijn vriendinnen.”

Citaten (voorstellen)

“Ik ben zoals een knipmes… Ik heb nauwelijks nog buik- en rugspieren die mijn lichaam controleren.”

“Fietsen kost mij veel energie maar geeft mij ook veel energie”

“Ik zou graag met de tandem in Luxemburg gaan fietsen”

Link: https://www.hbvl.be/cnt/dmf20190306_04235744

Luc Geysen

Luc GeysenDe coureur die commissaris werd

Peltenaar Luc Geysen wikt en weegt de WK-fietsen in Yorkshire

Terwijl Dylan Teuns en Tim Wellens Spaanse bergen en Canadese heuvels plat fietsten om hun WK-selectie af te dwingen, was één Limburger al lang zeker van zijn aanwezigheid in Yorkshire. Zijn naam: Luc Geysen uit Pelt. Als koerscommissaris, zeg maar wielerscheidsrechter, leidt hij al 35 jaar wedstrijden wereldwijd in goede banen. Letterlijk én figuurlijk.  Soms hard voor de wielrenners op hun tocht, maar altijd met een hart voor het wielrennen als sport. “Ik straf nooit met de glimlach, maar het reglement is geen vodje.” Een man uit één stuk dus, ook in zijn functie als voorzitter van de Limburgse jeugdafdeling.

Neus aan neus met een ziedende Lance Armstrong? Er zijn er niet veel die het woedende wit uit de ogen van de gevallen Amerikaan keken, maar Luc Geysen doorstond de storm.  “Dat verhaal met Lance Armstrong is een memorabel moment uit mijn loopbaan”, steekt Luc Geysen meteen van wal. “Op zich had ik een goed contact met hem. Maar op de laatste dag in de Tour van 2010 bood hij zich met zijn Radioshack-ploeg plots in zwarte pakken aan. Dat mag niet, daar zijn zeer duidelijke vestimentaire reglementen voor, maar de Texaan legde zich daar niet goedschiks bij neer. Met 25 camera’s op ons gericht, maakte ik hem duidelijk dat de regels voor een zevenvoudige Tourwinnaar niet anders zijn dan voor andere renners. Bij de officieuze start vertrokken ze alsnog in hun zwarte tenue. Ik had ze gewaarschuwd dat ik ze allemaal uit de koers zou halen zodra ze kilometerpaal nul passeerden. Twee kilometer voor de officiële start wisselden ze dan toch van kledij. Ik zweer het, ze waren er allemaal uitgevlogen indien nodig. Net als de renners, wil ik mijn job als UCI-commissaris op een topniveau uitvoeren en dan moet je altijd koel en beredeneerd blijven.”

Citaat: “De regels voor een zevenvoudig Tourwinnaar zijn niet anders dan voor een andere renner”

Luc Geysen belichaamt het UCI-reglement en waakt met zijn team over de organisatorische correctheid en de veiligheid van een wedstrijd. “Wij checken de inschrijvingen, de verzekeringen, het prijzengeld, het verloop van de wedstrijd en de veiligheid van het parcours. Daar gaat niets of niemand boven. Op de Aziatische continentale kampioenschappen in Bahrein zat er een gevaarlijke passage in de route. Men stuurde de renners via een smalle strook en een muur met uitstekende U-ijzers. Ik stelde mijn veto en eiste veiligheidsmaatregelen. Men probeerde me wat te lijmen maar dat pakte niet. Het was oplossen of opkrassen. Uiteindelijk werd de strook netjes afgezet en liet ik de wedstrijd starten. Er wordt niet gesold met de veiligheid van de renners, nooit. Zo moest ik ooit sprinter Marc Renshaw diskwalificeren na aanhoudende kopstoten en gevaarlijke manoeuvres tijdens een spurt. Ongelooflijk hoe hij tekeer ging. Dat is onverbiddelijk eruit. En weet je wat mooi is? Terwijl je in eerste instantie de boeman bent, kwam hij zich ’s anderendaags excuseren en gaf hij me gelijk. Ik profiteer daarbij van het feit dat ik zowat alle facetten in de wielrennerij heb doorlopen. Ik was renner tot op de drempel van het profbestaan. Ik sleutelde ook aan fietsen, was sponsor, ploegleider, was en ben terug jeugdvoorzitter, enz. Ik kan me perfect inleven in de denkwijze van al die partijen en dat helpt in het correct beoordelen van situaties.”

Citaat: “Er wordt niet gesold met de veiligheid van renners, nooit”

Wielrennen is geen voetbal, dat is al lang duidelijk. Ook wat bezoldiging van de wedstrijdleiding betreft. Terwijl de scheidsrechters in het internationale profvoetbal voltijds betaald worden, voeren UCI-commissarissen feitelijk een uit de hand gelopen hobby op het allerhoogste niveau uit. “Buiten de terugbetaling van verblijfs- en vervoerskosten, werken wij helemaal gratis… én gepassioneerd”, weet Geysen. Al 48 jaar doe ik dat zo, net zoals de ongeveer 340 andere wielercommissarissen wereldwijd. Alhoewel, blijkbaar is die passie niet altijd van mijn gezicht te lezen (lacht). Als UCI-commissaris moet je je neutraal opstellen. Natuurlijk ben ik ook wielersupporter, maar ik mag dat niet uitbundig tonen. Ik herinner me nog de commentaar van Michel Wuyts bij de eerste overwinning van Tom Boonen in de Ronde van Vlaanderen. Ik stak met mijn ‘zuur’ gezicht door het dak van de jurywagen, toen Tom zijn armen in de lucht zwierde. Wuyts zag dat en zei ‘dat ik precies niet gelukkig was dat Boonen won’. Natuurlijk wel, maar ik kan daar toch niet staan juichen zoals organisator Leo Van Vliet deed toen Mathieu Van der Poel de Amstel Gold Race won? Dat is absoluut niet professioneel. Nog een ander voorbeeld: vaak vloek je zelf wanneer een smaakmaker in de kopgroep lek rijdt. Je gunt hem zo snel mogelijk de aansluiting vooraan, maar de jury kan absoluut niet toelaten dat het onreglementair achter de wagens gebeurt. Of erger nog, dat een renner aan een wagen gaat hangen. Vincenzo Nibali werd eens om die reden uit de Vuelta gezet. Niet door mij want ik was geen wedstrijdcommissaris. Weet je wat er daarna gebeurde? Een week later bood hij zich aan bij de GP Plouay als vervangwedstrijd voor de Vuelta. Toen stootte hij wél op mij als wedstrijdleider… en hij kreeg meteen een startverbod. Het UCI-reglement zegt namelijk dat een geschorste renner gedurende de duur van de wedstrijd waarin hij geschorst werd geen andere races mag rijden. Dat is toch duidelijk, hè? En toch proberen. Tja…”

Citaat: “Ik kan als neutrale UCI-commissaris toch niet staan juichen met een overwinning van Tom Boonen? Dat is niet professioneel.”

Luc Geysen is een murenbouwer en een murensloper, tegelijkertijd. Als voormalig manager bij Wienerberger, de grootste bouwfabrikant ter wereld, ontwikkelde hij prefabmuren. Een internationaal succesrijk product en hij geeft producent Frame Products ook nu nog altijd raad via zijn zelfstandig adviesbureau. In zijn ‘wielerleven’ daarentegen is hij een murensloper, zeker in de functie van provinciaal jeugdvoorzitter. “Kijk, ik probeer in alles wat ik doe het beste uit mezelf te halen. Altijd met een doel voor ogen, gebaseerd op facts en figures en met een analytisch aanpak als er problemen opduiken. Ik wil een verbindingsman zijn en het Limburgse wielrennen optillen door alle partijen rond de tafel te brengen. Dat was in het verleden niet altijd het geval, bijvoorbeeld wanneer wedstrijdorganisatoren, bestuursleden of ploegleiders niet met elkaar door één deur kunnen. Die muren moeten weg, simpel. En we moeten durven groeien, de wedstrijden toegankelijker maken en afstappen van betuttelende reglementen. Nochtans is het Limburgse wielrennen wel flink in kwaliteit opgeklommen. Nog niet zo lang geleden bestond onze provincie nauwelijks op de weg en in het veld. Nu spreken we wel mee, met sterke renners als Teuns, Wellens, Philipsen, maar ook Ben Hermans en Quinten Hermans.”

—————————–

Randje: Geysen in gegevens en getallen

Luc Geysen is de man van feiten en cijfers. Ook over hem zijn er flink wat statistieken te verzamelen. In het kort: hij was 6x UCI-commissaris in de Tour, 3x in de Vuelta en 2x in de Giro. Voorts ook meermaals op zowat alle World-Tour-wedstijden, procontinentale wedstrijden en veldritten, behalve in Milaan-San Remo en de Ronde van Lombardije. Tijdens drie weken Tour onderwerpt hij in totaal 4500 fietsen aan een grondige inspectie, wat neerkomt op een slordige 215 fietsen per dag. In al die jaren ontdekte hij 1x mechanische doping, bij veldrijdster Femke Van den Driessche. Momenteel is hij ook UCI-instructeur en leidt hij in het kader van internationalisering ‘exotische’ opvolgers op uit Estland, Hongkong, Costa Rica, Ivoorkust, Japan en Colombia.

——————————

Voorstelling

Luc Geysen, 61 jaar
41 jaar getrouwd met Agnes
Vader van Inge (35) en Rob (32)
Grootvader van 4, bijna 5 kleinkinderen
Beroep: zelfstandig adviseur in de bouw
Hobby’s: UCI-commissaris en Voorzitter Limburgse jeugdafdeling

Bekijk hier het gepubliceerde artikel en de daarbij horende foto.

Familie Heleven – Merckx-fans

Eddy Merckx FanZondag zendt Eén ‘De zomer van 1969’ uit, een unieke documentaire over twee iconische gebeurtenissen op 20 juli 1969. Terwijl Neil Armstrong de maan bestormde, beukte Eddy Merckx de poort naar de wielerhemel open met zijn eerste Tourwinst. En dat op nauwelijks 24 uur tijd. “En wij mogen zaterdag naar de avant-première van die documentaire”, glunderen Maurice en Patrick Heleven, Diepenbeekse Merckx-fans en vertrouwelingen van het eerste uur. “Om 16.50u begint het, op de minuut exact 50 jaar nadat hij de gele trui pakte.”

Rob Rodiers / Davy Scheelen

Grootste renner aller tijden: Eddy Merckx. Grootste Merckx-fans aller tijden: de familie Heleven uit Diepenbeek. In peloton nog wel, met moeder Cecile op kop, vader Maurice in de slipstream en de zeven kinderen in de spreekwoordelijke bus.

Vader Maurice (85): “Twee stationwagens heb ik volledig opgereden, naar de wedstrijden van Eddy”.

Zoon Patrick (54): “Met zijn allen volgden we Merckx op de voet. Letterlijk zelfs. Toen hij de Ronde van Vlaanderen in 1975 won, stonden wij onder de perstribune ‘Eddy, Eddy, Eddy’ te roepen. Commentator Fred De Bruyne maande ons aan tot kalmte, maar wij raakten Eddy zijn voeten aan en bleven roepen. Dat hoor je ook op de beelden, terwijl Frans Verbeeck de historisch woorden zei dat Merckx ’5 kilometer te rap reed’.

Maurice: “We hadden een bloeiende kruidenierszaak. Van ’s morgens half zeven tot ’s avonds acht uur waren we open. Maar in het pisteseizoen ging de deur dicht en vertrokken wij nog naar de zesdaagse van Antwerpen. En op zondagmiddag sloten we rond de middag en gingen we op weg naar de koers.”

Patrick: “Wij allemaal, met onze zelfgebreide Molteni-tenuetjes aan. Echt waar! Wat de rangorde betreft was alles duidelijk. Eerst Merckx, dan de kruidenierszaak, en dan de kinderen (lacht). Nu, wij wisten niet beter. Koers was een deel van ons gezin. Wij gaven op school jaarlijks spreekbeurten over Merckx, maar het was nooit dezelfde inhoud. Het gebeurde zelfs dat we niet konden spreken op school, omdat we de avond voordien Eddy luidruchtig hadden aangemoedigd op de piste. Ons mama schreef dan een ziektebriefje. ”

Maurice: “Ik ben 100% voor Merckx, maar mijn vrouw zaliger was dat 200%. Het is dankzij haar dat we persoonlijk bevriend zijn geraakt met de familie van de Kannibaal. Op het BK 1967 in Mettet, toen hij nog niet zo bekend was, kwam Eddy ten val vlak voor onze neus. Iedereen werd weggeduwd, maar Cecile niet. Zij diende eerste zorgen toe en kon ook een beetje Frans spreken. Men dacht zelfs dat zij de moeder was van Eddy. Achteraf zocht ze contact met Claudine, Eddy’s vrouw, en er kwam meteen reactie. Een intense vriendschapsband was geboren. Nu, ikzelf volgde hem wel al eerder. Tijdens een tijdrit in de Ronde van Limburg van 1963 zag ik hem voor het eerst, als jongere. We dachten dat de koers gereden was, maar toen zei iemand dat ‘de kleine Brusselèèr’ er nog aankwam. En dat bleek Merckx te zijn. Hij kuiste de boel daar netjes op en vanaf toen begon ik hem te volgen. ”

Patrick: “In die jaren kwam Eddy thuis vaak over de vloer, samen met zijn gezin. Wij speelden met zijn kinderen Axel en Sabrina, terwijl onze ouders verbroederden. We zijn zelfs met hen op vakantie geweest toen Eddy deelnam aan een rittenwedstrijd. Iedereen van het gezin ging mee. Mijn oudste zussen kregen uiteindelijk genoeg van Merckx en waaiden over naar Willy Sommers en John Terra. (lacht)”

Maurice: “Ik weet nog dat de organisatoren van de Nacht van Bilzen, die toen nog georganiseerd werd, wat zenuwachtig werden omdat Eddy niet kwam opdagen. Uiteindelijk belde iemand om te vragen of hij hier was. En dat was ook het geval. Hij zat hier rustig koffie en taart te eten (lacht)”

Patrick: “Het was een hele belevenis als Merckx er was. Wij mochten niets verklappen, maar ons zenuwachtig gedrentel op straat in afwachting van de komst van Eddy, verraadde natuurlijk alles. Op den duur stond er 300 man voor onze deur. Voor de ploeg van Merckx hoorden wij gewoon bij de entourage. Ik herinner me nog dat we Eddy gingen afhalen op Zaventem, met andere supporters. Een gepensioneerde rijkswachter regelde daar Eddy’s administratie. Die man kende ons ondertussen zo goed dat hij mij en mijn broer helemaal meenam tot aan het vliegtuig van Merckx. Dat kan je je nu niet meer voorstellen.”

1969

Hoewel de Tour van 1969 de definitieve doorbraak van Merckx betekende, konden de Helevens niet alle ritten volgen.

Maurice: “Jammer inderdaad. Maar de kinderen waren op dat moment nog te klein. Als je allemaal pagadders hebt met luiers en koetsen, dan is dat niet evident. Zo hebben we hem dus niet zien passeren in België.”

Patrick: “Maar dat maakte papa wel dubbel en dik goed in Parijs, meer bepaald op de wielerbaan van Vincennes. Ik heb het 50 jaar niet geweten, maar hij heeft zich daar misdragen (lacht).”

Maurice: “Inderdaad. We vertrokken met de trein naar Parijs. 63 wagons afgeladen vol Merckx-supporters gingen de held opwachten. Alhoewel, één wagon zat vol bier en dat goedje was natuurlijk volledig op bij aankomst. We trokken naar de wielerpiste en daar kwam Merckx aangereden. En weer roepen: ‘Eddy, Eddy, Eddy’. Ik hield me eerst nog in en liet hem een ronde passeren. Bij de tweede keer sprong ik gewoon over de balustrade en liep naar hem toe, drie meter onder mij. Maar dat was zonder de bodyguards gerekend, die me meteen staande hielden. Dichter ben ik toen niet geraakt, maar Eddy had me wel gezien… én gehoord.”

Patrick: “De opperste beloning van ons fanship kwam na de Tour van 1971. We kregen het bericht van Claudine dat er een pakketje klaarlag voor ons. Wij naar Brussel. Wat bleek? Eddy schonk ons de originele gele trui waarmee hij in Parijs in 1971 had rondgereden. Fantastisch. Wij hebben nooit iets gevraagd, en toen kwam die verrassing op ons af. Dat betekende veel.”

Maurice: “Nog zo een verhaal. Na Eddy begonnen we ook Axel te volgen. In 2000 werd hij vrij onverwacht Belgisch kampioen in Rochefort. Mijn vrouw was toen al ernstig ziek en Axel wist dat. Wat gebeurde er? Hij bracht ons zijn overwinningsbloemen. Hij wist dat hij waarschijnlijk nooit meer die bloemen zou winnen, maar hij schonk ze toch aan ons.”

Patrick: “We hebben trouwens onze witte poort toen in de Belgische kleuren geverfd. Ondertussen is ze toch weer wit. (lacht)”

Maurice: “Het enige waar ik echt spijt van heb, is dat ik Eddy niet ben gaan aanmoedigen tijdens zijn werelduurrecord in Mexico. Nochtans stond ik klaar, maar ik wist gewoon niet wanneer we zouden terugkomen, omdat ook niet meteen duidelijk was op welke dag hij zou rijden. Dat kon ik niet maken met mijn kruidenierswinkel en dus bleef ik thuis.”

Patrick: “Hij is wel in Venezuela geweest en heeft hem wereldkampioen zien worden in 1974, in het Canadese Montreal.”

Maurice: “Inderdaad, met een spandoek dat de winst van Eddy al voorspelde. Een mooi verhaal. We stonden daar met dat spandoek in onze handen op de renners te wachten, een dag lang. Omdat het nogal vermoeiend was, trokken we de veters uit onze schoenen en hingen we het spandoek op aan de nadarafsluiting (lacht)”

Patrick: Nadarafsluitingen, nog zoiets. Vaak waren wij al zo vroeg op de koers, dat we de organisatoren hielpen met het klaarzetten van het parcours en de nadars. Eigenlijk niet te geloven. Maar ja, toen hadden we geen smartphones of computerspelletjes. We konden fietsen, voetballen… of afsluitingen plaatsen. En spandoeken maken. ‘Geen gezaag, Eddy wint vandaag’, dat weet ik nog. Koersen deed ik trouwens ook. Op een Merckx-fiets uiteraard, door Eddy zelf opgemeten. Nu koers ik niet meer, dat zie je wel (wijst naar zijn buik). Nog zoiets trouwens. Ik smelt nog altijd van de hotdoggeur van toen. En frituur Het Park in Tienen zag ons ook graag komen, want daar stopten we heel vaak na een wedstrijd.”

Link: https://www.hbvl.be/cnt/dmf20190719_04519441

De bollebozen van het peloton

Studenten in het pelotonDe bollebozen van het peloton

De combinatie ligt niet voor de hand, maar toch neemt hun aantal toe: gediplomeerde profrenners of fietsende studenten. Het ultieme voorbeeld? Guillaume Martin, het Cofidisspeerpunt dat zich velosoof mag noemen. Inderdaad, een filosoof die momenteel op de derde plaats van het Tourklassement  diep nadenkt over een mogelijke podiumplaats.

Guillaume Martin
De filosoof

De meest opvallende studentikoze Tourverschijning is de Fransman Guillaume Martin. De voorlopige derde in de algemene rangschikking is een fietsende filosoof, kortweg velosoof. Hoewel zijn omgeving en zelfs zijn proffen hem indertijd aanraadden om te kiezen, realiseerde doorbijter Martin beide dromen: hij werd profrenner én filosoof. “Feitelijk liggen die twee kwaliteiten erg ver van elkaar”, zegt Martin, die zijn bijzondere passies neerschreef in het boek ‘Socrates op de fiets’. “Filosofie kijkt misprijzend neer op sport, omdat het een ‘menselijke trivialiteit’ is die draait rond plezier en vertier. Omgekeerd nemen sporters zelden de moeite om hun bezigheden eens met andere ogen te bekijken. Maar beide beelden moeten dringend bijgesteld worden. Het idee dat sporters niet kunnen nadenken, is net zo ridicuul als de gedachte dat intellectuelen alleen maar met hun hoofd in de wolken leven.”

Het is net die dualiteit die ook al speelde bij Martins studiekeuze. Zijn ouders vonden dat wielrennen geen ernstige keuze, terwijl hun intellectueel begenadigde zoon zichzelf ook graag fysiek uitdaagde. Martin: “Dat competitieve zat er altijd in. Ik ben opgegroeid in Normandië en had een fietsparcours in de buurt. Iedere dag opnieuw probeerde ik mijn tijd te verbeteren. Ik wil altijd winnen en wat dat betreft sluit ik aan bij filosoof Friedrich Nietzsche. Die schreef ‘Ik roep u niet op tot vrede maar tot overwinning’, en dat is ook exact wat een topsporter drijft. Hij wil winnen. De Olympische gedachte ‘Deelnemen is belangrijker dan winnen’ is eigenlijk een hypocriet uitgangspunt, omdat geen enkele sporter zo effectief denkt.”

Met zijn bijzondere inzichten lanceert hij binnen het peloton al wel eens gevleugelde uitspraken. Vorige week liet hij nog het volgende optekenen: “Renners zijn geen machines, tenzij ze journalisten te woord moeten staan want die vragen allemaal hetzelfde.” Oké dan…

Ben Hermans
De biomedicus

De Limburgse trots in deze Tour wordt gedragen door Ben Hermans, zaterdag nog knap zesde in Loudenvielle. In een vorig leven scoorde hij het diploma van ‘bachelor in de biomedische wetenschappen’ aan de Universiteit van Gent. “Maar dat is wel al heel lang geleden” lacht de Diepenbekenaar. “In 2008 was ik net begonnen aan mijn masterjaren, toen ik een contract kon ondertekenen bij Topsport Vlaanderen. Vrij snel zag ik het onmogelijke van de combinatie in en sloot ik mijn studies af. Het is straf dat een Tiesj Benoot bijvoorbeeld die combinatie wel kan maken. Er zijn er heel wat die het proberen, maar weinig die erin slagen. Tijdens mijn bachelorjaren was ik voor 99% student en voor 1% renner. Ik wilde doodgraag profrenner worden, maar dat leek me op dat moment onmogelijk. Tijdens de examens in januari trainde ik bijvoorbeeld niet, terwijl mijn ploegmakkers dan op stage waren. Daardoor begon ik altijd met een fikse conditionele achterstand aan het seizoen. Trainen deed ik voor en na de les- en blokuren. Het gebeurde wel eens dat ik om 4 uur ’s ochtends opstond voor een duurtraining van vijf uren, om daarna naar de les te gaan. In alle vroegte en duisternis dus, maar de wegen waren wel vrij (lacht).”

Boeiende kennis

Hermans maakte tijdens zijn wielercarrière al flink gebruik van zijn biomedische kennis. “Dat is logisch natuurlijk”, gaat hij verder. “Er zijn zoveel raakvlakken: het fysiologische, het nutrionele (de voeding nvdr), het hormonale, de genetica,… Door mijn studies ken ik best veel van voedings- en dieetleer en vooral wat ik wel of niet moet doen. Je krijgt of je leest al wel eens foute adviezen, maar die kan ik dan counteren met de wetenschappelijk opgebouwde kennis die ik aan de UGent verzamelde. Ik word er wel eens over aangesproken door collega’s in het peloton, maar uiteindelijk heeft iedereen zijn eigen coach en begeleiders waar hij in gelooft. Zo heb ik ook wel wat ideeën over het correcte gebruik van hoogtekamers, maar daar komt men maar eens voor langs na mijn carrière.” (lacht)

Komt er nog een master?

“Neen”, grapt Hermans meteen. “Momenteel is er geen haar op mijn hoofd dat nog aan studeren denkt. Het kriebelt echt niet meer. Ik wil vooral koersen en nog een volgend profcontract versieren. Ik ben van mening dat je nadien best iets doet waarin je veel ervaring hebt en voor mij is dat de wielrennerij. Ik heb er nog niet al te veel over nagedacht eerlijk gezegd, maar het is best mogelijk dat ik mijn diploma biomedische nog kan inzetten in combinatie met het peloton. We zien wel.”

Tiesj Benoot
De econoom

Je moet het maar doen: tijdens je beste jaren als wielrenner en ook nog studeren. Het is exact wat Tiesj Benoot doet. Aan de Universiteit van Gent volgt hij een afstandscursus economie. Benoot: “Ik hoef me niet op te laden voor mijn studies. Ik kan op een trainingsdag makkelijk nog anderhalf uur studeren. Op die manier hoop ik een studie van vier jaren op acht jaren af te ronden. Studeren helpt me om het wielrennen te relativeren, maar tegelijk zijn er ook raakvlakken. Zo moest ik tijdens mijn opleiding een business plan opstellen. Dat heb ik dan maar gemaakt van mijn toenmalige ploeg, Lotto-Soudal.”

Domenico Pozzovivo
De bedrijfseconomist én sportwetenschapper

De eeuwige student lijkt hij wel, Domenico Pozzovivo. Hij is ondertussen 38 jaar maar hij blijft studeren. In het peloton wordt hij ‘De dokter’ genoemd omdat hij een aantal jaren geleden nog begon aan een opleiding sportwetenschappen. Pozzovivo: “Ik heb nu wel een diploma bedrijfseconomie, maar ik wil niet stoppen. Ik wil doorgaan met leren. Ik geniet ervan. Vroeger was het moeilijker om soms kopman te zijn in een koers en tegelijkertijd te studeren. Dat is nu anders. Ik weet wanneer ik moet koersen en wanneer ik kan studeren.”

———————————————–

En ook naast het Tourpeloton rijden er nog knappe koppen rond…

Tim Wellens, de energietechnoloog

Tim Wellens zit niet in deze Tour door een zware valpartij tijdens een training. Dat neemt niet weg dat de Truienaar trots het diploma van ‘energietechnologie’ kan voorleggen. Wellens: “Meer nog. In 2014 mocht ik mijn stage zelfs lopen bij Ridley, waar ze op dat moment begonnen met de bouw van hun windtunnel. Ik focuste me daarbij op lichtpunten, dikte van elektriciteitsleidingen enz. Het was een win-winsituatie: ik heb via mijn stage en thesis kunnen meewerken aan de windtunnel waar ik uiteindelijk zelf vaak mijn fietspositie ga testen.”

Jan Bakelandts, de bio-ingenieur
De renner van Circus-Wanty Gobert was als jongeling erg beloftevol in het peloton maar kreeg af te rekenen met een zware valpartij. Pas op dat moment werd het diploma van bio-ingenieur de eerste optie. Na het behalen daarvan brak hij uiteindelijk toch door met onder andere een ritzege en geel in de Tour van 2013.

Adam Hansen, de computerprogrammeur.
Deze kilometervreter is niet alleen recordhouder in het aantal grote rondes, maar hij heeft een universitair diploma al computerprogrammeur. Tussendoor ontwikkelde hij ook carbon raceschoenen en recent nog een carbon mondmasker. Een alleskunner dus.

Link: https://www.hbvl.be/cnt/dmf20200906_98067709

De 10 meest beklijvende Toursprinten uit de 21ste eeuw

Top tien sprinten in tourEven tellen. Deze eeuw werden er al 20 edities van de Tour gereden, tussen 2000 en 2019. In de veronderstelling dat La Grande Boucle ongeveer een zestal massasprinten per keer bevat, mochten we ons al 120 keer vergapen aan het tumultueuze geharrewar tegen 80 kilometer per uur. Maar welke spurt was nu de meest beklijvende? Welke sensationele moves of krachtexplosies speelden zich af in die laatste prangende honderden meters? We vroegen het aan 10 kenners:  zeven (oud-)renners en onze drie wielerjournalisten. 

Jasper Philipsen: Peter Sagan schiet uit klikpedaal maar wint (Longwy, 2017)

“In Longwy toonde Peter Sagan een stukje spurt en – stuurmanskunst. In een machtsprint bergop schiet hij uit zijn klikpedaal en hij moet corrigeren. Hij klikt terug in, trekt zich doodleuk weer op gang en houdt alsnog Michael Matthews en Greg Van Avermaet af. Ongelooflijk dat zoiets kan tegen toppers van wereldniveau. In negen van de tien gevallen lig je op de grond of is je sprint afgelopen, maar niet dus bij Sagan. Het is niet alleen geluk dat daar speelt. Dit is ook een kwestie van techniek en die heeft een artiest als Sagan wel. Bovendien toonde het aan dat hij nog overschot had, want als je op dat moment nog zo helder en rustig blijft, betekent dat dat je dik in orde bent. Het had wel geen vijf meter langer moeten duren want Matthews kwam stevig opzetten.”

Carlo Bomans: Gert Steegmans klopt Tom Boonen (Gent, 2007)

“Gert Steegmans die Tom Boonen klopte in Gent, dat was indrukwekkend. Puur machtsvertoon van de knecht die de betere was van zijn kopman. Hij zat in de sprinttrein en zette op een hellend stuk fors aan. Het was dan aan favoriet Boonen om over hem heen te komen, maar… hij kwam niet. En dus knalde Steegmans maar door. Frappant verhaal bij die spurt: op anderhalve kilometer van het einde was er nog een massale valpartij. Het wedstrijdreglement bepaalt dat tijdsverschillen bij een val in de laatste drie kilometer niet tellen en dus bleven betrokkenen ijzig kalm bij een groot scherm staan. Ze zagen al lachend en in alle rust hoe Steegmans de vuisten balde.”

Erik Vanderaerden: Sagan brengt Cavendish ten val (Vittel, 2017)

“Het sprintincident tussen Peter Sagan en Mark Cavendish in Vittel is één van de meest besproken massaspurten van de laatste jaren. Sagan sloot de deur, gebruikte zijn elleboog en Cavendish smakte tegen de grond. Resultaat: de Slovaak werd gediskwalificeerd en de Brit moest opgeven. De beelden kwamen opnieuw naar boven na de horrorcrash van Fabio Jakobsen. Altijd hetzelfde verhaal: de voorganger wil de achterligger niet laten passeren terwijl die laatste zich door het kleinste gaatje wringt. Afwijken van de lijn mag uiteraard niet, maar waarom remt de opkomende man niet af? Ook dat roekeloos gedrag veroorzaakt een crash. Eerlijk? Het zal blijven gebeuren want een sprinter wil winnen. Hoewel de spurten tegenwoordig al een stuk veiliger zijn dan in mijn tijd. Wij weken gewoon uit van links naar rechts en hoopten dat we niet gedeclasseerd werden.”

Johan Vansummeren: Verzamelde kameraden lanceren oppermachtige McEwen (Montpellier, 2005)

“De rit Miramas-Montpellier in de Tour van 2005 was onvergetelijk. Een kopgroep met Voeckler, Flecha en Horner had tien minuten voorsprong. Eigenlijk was een massaspurt onmogelijk maar met Davitamon-Lotto begonnen we er toch maar aan. Christophe Brandt, Mario Aerts, Wim Vansevenant en ik zwoegden 100 kilometer op kop van het peloton en maakten het onmogelijke waar. De vluchters werden gegrepen en McEwen reed oppermachtig naar winst. Hij keek ostentatief om en week wat van zijn lijn, waarop Stuart O’Grady protesteerde. Niet nodig, hij kwam niet eens aan zijn trapas. De sfeer van kameraadschap die dag was fantastisch en Robbie was ons eindeloos dankbaar. Ik ben van die inspanning wel niet meer bekomen tijdens de Tour.”

Marc Wauters: Caleb Ewin klopt iedereen op 50 meter (Parijs, 2019)

“Ik ga voor de winst van Caleb Ewan op de Champs Elysées in de Tour van 2019. De meet is al in beeld als hij vanuit een geslagen positie op geen tijd over Groenewegen en Bonifazio springt. Schitterend. Hij belichaamt de definitie van een sprinter het best, vind ik. Een pocketmannetje dat met een kattensprong uit het niets komt en in de laatste 100 à 50 meter een hoge piek ontwikkelt. Hij sprint niet op de macht zoals Greipel of Steegmans en heeft ook geen treintje nodig. Hij sprint wel op pure snelheid. In deze rubriek moest ik voor een Tour-sprint kiezen, maar de allermooiste battle speelde zich vorig jaar af bij de Brussels Cycling Classic, nipt gewonnen door Ewan. Maar liefst 6 man stond op één lijn op de fotofinish, ongelooflijk.”

Kenneth Vanbilsen: Gert Steegmans bestormt de Champs Elysées (Parijs 2008)

“In 2007 had Steegmans zijn kopman Boonen al eens verrast, maar zijn sprint in Parijs in 2008 is onvergetelijk. In dat jaar filmde men de spurt van de zijkant en dat maakte een fantastische indruk op mij. Gert werd voorbeeldig gebracht door ploeggenoten Tossato en De Jong en knalde al op 300 meter voor de lijn iedereen uit het wiel. Eigenlijk reed hij daar zelf de perfecte lead-out voor een concurrent, alleen… ze konden niet in zijn wiel blijven. Wat een kracht. In mijn beleving bleef die sprint maar duren, net omdat je door het zijdelingse camerastandpunt geen aankomststreep zag naderen. Gerald Ciolek en groene trui Oscar Freire kwamen nog flink opzetten, maar hij redde het uiteindelijk vlot. Die sprint, in beeld gebracht vanuit die hoek, staat in mijn geheugen gegrift.”

Valerio Piva: Cavendish staat helemaal alleen op de foto (Parijs, 2009)

“De eerste keer dat Mark Cavendish won in Parijs was emotioneel. Hij toonde daar dat hij – voor mij althans – de beste sprinter is van de 21ste eeuw. Het was zijn zesde ritzege al die Tour, maar de manier waarop was prachtig. Hij stond alleen op de foto, gevolgd door lead-out Mark Renshaw. Renshaw en Cavendish reden in de laatste bocht iedereen klink uit het wiel. Werkelijk niemand kwam ook nog maar in de buurt. Nochtans deden ook Ciolek, Hushovd, Farrar en Bennati mee. Onze ploeg Team Columbia-HTC was volledig rond Cavendish gebouwd. Dat zie je tegenwoordig niet veel meer. Meestal heeft elke ploeg meerdere speerpunten, maar wij hadden geen klassementsrenner of puncher. Cavendish moest het fenomenale teamwork afronden en dat dit hij. Risicovol maar als het lukt fantastisch.” 

Pieter Vanlommel: McEwen doet het onmogelijke (Canterbury 2007)

“Wat Robbie McEwen flikte op 8 juli 2007 zal wellicht niemand hem ooit nog nadoen. In de vlakke rit van Londen naar Canterbury raakte de spurtbom van Lotto betrokken bij een crash op minder dan twintig kilometer van de meet. Wedstrijd voorbij, zou je dan denken. Vooraan was Quick Step op dat moment flink gas aan het geven voor kopman Tom Boonen en niemand hield nog rekening met McEwen. De hele Lotto-ploeg wachtte haar Australische kopman echter op en begon als een bende bezetenen de achtervolging in te zetten. De camera’s stonden op de kop van het peloton gericht toen de massaspurt losbarstte in de straten van Canterbury en van McEwen was geen spoor. Maar wie wurmde zich van de staart van het peloton toch nog helemaal naar voor? McEwen. De laatste kilometer van de Australiër was er een voor de geschiedenisboeken. Een staaltje van pure klasse, kracht, lef en stuurmanskunst. Hij won zelfs nog met twee fietslengtes voorsprong op Hushovd en Boonen.” 

Davy Scheelen: Getergde Cavendish haalt zijn gram en klopt Gilbert (Cap Fréhel 2011)

“2011 was het jaar waarin Philippe Gilbert alles in goud veranderde, zelfs zijn haren. Overal waar hij startte won hij. Hij ritste alle klimklassiekers mee, maar ook het BK, San Sebastian en de eerst Tourrit. Vijf dagen later moeide hij zich in Cap Fréhel zelfs in een pittige massasprint, die hij vlotjes naar zijn hand zette. Ongelooflijk. Maar plots dook er één mannetje op dat nauwelijks 50 meter nodig had om het hele veld op te ruimen: Mark Cavendish. De Tourorganisatie had er dat jaar alles aan gedaan om zo weinig mogelijk pelotonsprinten te krijgen en dat zinde de Manx Express niet. Verongelijkt knalde hij op pure gramschap en vanuit een verloren positie naar de bloemen. Gilbert werd ontgoocheld tweede maar veroverde wel het groen.”

De link naar het artikel vindt u hier: https://m.hbvl.be/cnt/dmf20200903_94896719

Onze data spelen mee in contractbesprekingen

Procycling StatsStephan van der Zwan verovert de wielerwereld met ProCyclingStats

Welke renner heeft het record van meeste wedstrijddagen op één seizoen? Check ProCyclingStats. Wie is de beste op de weg: Wout Van Aert of Mathieu Van der Poel? Check ProCyclingStats. Hoeveel tijd zat er tussen de winnaar en de tiende renner in Luik-Bastenaken-Luik van 1960? Eén adres…. ProCyclingStats. Renners en teams bezoeken de site – kortweg PCS – dagelijks, want… iedere piek zit in een grafiek, elk dal in een getal. Vanuit zijn rondreizende PCS-camper koppelt medeoprichter Stephan Van der Zwan een duo dat je niet vaak samen ziet: avontuur en statistiek.

Davy Scheelen

Beginnen met twee statistiekjes over PCS zelf. Wereldwijd zijn er ontelbaar veel wielersites, maar binnen het wereldje van het profwielrennen wordt PCS het meest gecheckt. Ook leuk: tijdens de Tour zal PCS zijn één miljardste pageview bereiken sinds de start in 2014. Uiteraard zou PCS zichzelf niet zijn als daar geen grafiekje van bestond: met een heuse countdown wordt reikhalzend uitgekeken naar de nieuwe mijlpaal.

Aan de voet van de Grand Colombier geniet Stephan Van der Zwan van de ondergaande zon en een glaasje wijn. Hij zit voor zijn PCS-camper die ook zijn huis is. Hij heeft net de daguitslagen gepost, nadat hij eerder op de dag zelf een paar colletjes heeft beklommen. “Of dit een droomjob is? Kijk, ik word gedreven door mijn passie voor de wielersport en reis graag naar de actie. Leuk dus. Maar de eenzaamheid en de onregelmatige werkuren moet je er ook bij nemen. Zo werk ik tot ’s nachts omdat de Ronde van Argentinië aankomt, maar net zo goed zet ik mijn wekker tegen de erg vroege ochtend om de spurt in de Tour Down Under mee te pikken. Dan volgen de uitslagen die ik vervolgens op PCS post. En daarna… sluit ik de gordijntjes toch wel weer, als het even kan.” (lacht)

Grote speler

PCS is een Nederlands tweemansbedrijf, dat in 2014 werd opgericht door Stephan Van der Zwan en zijn zakenpartner Bert Lip. In geen tijd werd het een centrale speler in de wielrennerij. Van der Zwan: “Terwijl Bert de website beheert en de knapste statistieken tovert, ben ik verantwoordelijk voor de uitslagen, de marketing en de contacten. Hij werkt van thuis uit in Nederland, ik reis rond en zorg dat PCS aan belang en naambekendheid wint. PCS is ondertussen doorgedrongen tot in het hartje van het peloton. Het eerste wat renners doen na een wedstrijd is hun uitslag checken op onze site. Wij hebben contracten lopen met de grootste wielerploegen zoals bijvoorbeeld Deceuninck-Quick Step en Jumbo-Visma. De uitslagen op hun websites zijn rechtstreeks gelinkt aan onze database. Voegen wij iets toe, dan verandert het ook bij hen. Voor wat centjes meer kunnen de ploegen ook gespecialiseerde data krijgen. Voor talent spotting bijvoorbeeld: ploegen houden de vinger aan de pols en willen snel weten welke jonge renners wereldwijd hot zijn. Onze data helpen hen de juiste renner te scouten.”

“Grappig eigenlijk dat PCS onrechtstreeks een woordje meespreekt in contractbesprekingen en discussies”, gaat Van der Zwan verder. “Een profrenner e-mailde me om dringend al zijn DNF (Did Not Finish)-uitslagen te verwijderen, omdat hij geen contract kon versieren. Ja, dat doen we dus niet. James Mitri, een Nieuw-Zeelander, stond recent niet in de uitslag van de Giro dell’ Emilia. Hij deed zijn beklag bij PCS, maar ik kan daar niets aan doen. Ik krijg de uitslagen ook maar doorgestuurd via de wedstrijdjury of timekeepersbedrijven. Uiteraard speel ik dan wel eventjes tussenpersoon, maar het is toch straf dat men PCS verantwoordelijk houdt in plaats van de organisatie.  Het zegt toch iets over onze positie binnen de wielerwereld. Nog een leuke. Na zijn ritoverwinning in de Dauphiné, stuurde Sepp Kuss van Jumbo Visma een bericht om zijn gewicht op PCS te corrigeren naar 61 kg. Waarom? Wielerliefhebbers berekenden op basis van dat gewicht en zijn wattages op Strava zijn watt per kilogram en kwamen zo tot foute conclusies.”

 

Product placement

De aandachtige kijker heeft de PCS-camper al vaak op tv gespot. Van der Zwan: “Een aftands karretje eigenlijk, maar wel heel herkenbaar en ideaal voor product placement. Ik parkeer hem bewust op een plek langs het parcours zodat het wel in beeld moet komen. Vervolgens tweet ik een foto waar ik sta en de PCS-community doet dan druk zijn best om de camper de spotten en weer te online te sharen. Daar leven we van, hè (lacht). Het idee heb ik eigenlijk van oud-renner Bobbie Traksel, commentator op Eurosport. ‘Hey, daar heb je Stephan met zijn camper’ riep hij plots toen hij me opmerkte. Dat was toeval, maar ik zag er meteen de publicitaire kracht van in. Sinds toen ben ik ermee bezig. Het lukt vaak, maar niet altijd. Op de Col de Porte stond ik perfect in een bocht, tot een camerawagen vlak voor me stopte en het zicht belemmerde. ‘Geen ramp, morgen opnieuw’, dacht ik. Het zijn van die dagelijkse achterhoedegevechten die het leuk maken. Ook de renners herkennen ons overal. ‘Ruim eens effe op, joh’, riep Robert Gesink toen hij een bidon naar me gooide. Dat gebeurt vaker en dan deel ik dat weer verder uit aan de kinderen langs het parcours.”

“Sinds 2019 doen we ook live stats: terwijl de koers bezig is, voorzien we de kijker van allerlei statistieken of weetjes over de kopgroep, de aankomst, het parcours. Toen Daniel Felipe Martinez verrassend de Dauphiné won, liep de vraag binnen welke Education First-renner (vroeger Garmin) als laatste een rittenkoers gewonnen had. Wij hadden maar enkele seconden nodig om te ontdekken dat het over Andrew Talansky ging, in de Dauphiné van 2014. Kennis is macht, maar kennissen zijn nog machtiger. Het is dankzij ons uitgebreide netwerk aan wielercontacten dat we al die informatie krijgen. En wij doen er dan vervolgens iets creatiefs mee.”

Bamboefiets

Van der Zwan is een globetrotter en laat overal zijn sporen na. Met de PCS-camper uiteraard, dat mag ondertussen duidelijk zijn. Maar hij reist ook naar Azië, Afrika en Zuid-Amerika om de koers te volgen. Van der Zwan: “In Costa Rica sponsoren we een wielerploegje. In Rwanda ben ik al een aantal keren geweest om plaatselijke organisatoren te helpen met wedstrijden. Rwanda is een prachtig land om te fietsen, het heeft werkelijk alles. Ik wil er liever bescheiden over blijven, maar eigenlijk is het idee om het WK wielrennen 2025 naar Rwanda te halen door mij gelanceerd. Net zoals ik ook de ‘Muur van Kigali’ heb geïntroduceerd, die in Rwanda dezelfde iconische status heeft als de Muur van Geraardsbergen in Vlaanderen.”

Fietsen doet Van der Zwan ook, op een bamboefiets nog wel. “Prachtig stuk, die fiets. Ik neem hem overal mee, met leuke situaties tot gevolg. Een medewerker van Ineos had me eens om een paar statistiekjes gevraagd. Te weinig om hem te laten betalen, dus hielden we het op twee flessen wijn. Toen ik hem opnieuw zag was ik met mijn bamboefiets onderweg en hij gaf me die flessen wijn. Ik moest nog dertig kilometer fietsen tot aan de camper en had nog een klimmetje voor de boeg. Er zat niets anders op dan mijn bidonhouders leeg te maken en de flessen wijn daarin te steken. Wel, als je op een bamboefiets met twee flessen wijn over een klimmetje trekt, dan word je vreemd bekeken. Dat heb ik toen wel geleerd (lacht).

Link: https://www.hbvl.be/cnt/dmf20200901_97892113

De Limburgse wagons in de revolutionaire ‘drive train’

Classified SchakelsysteemIs er een technologische revolutie op til in het internationale profpeloton? “We geloven er met stip in”, zeggen de grote Tom Boonen, Mathias Plouvier en Roëll Van Druten in koor. Ze lanceerden half augustus het gloednieuwe Classified-schakelsysteem, dat door Boonen the next big thing wordt genoemd. En wat nog bigger is… Er ligt een stevige Limburgse saus over dit project, met een grote inbreng van Punch Powertrain (Sint-Truiden), LRM (Hasselt) en Ridley (Beringen).

Even een duik in de recente wielergeschiedenis. Fervente wielerliefhebbers weten het nog wel. Tom Boonen die in zijn ultieme Ronde van Vlaanderen in 2017 zijn ketting in de prak rijdt bij het opdraaien van de Taaienberg. Tijdens het schakelen begeeft de voorderailleur het onder het krachtige gebeuk van de Bom van Balen. Einde verhaal…ketting gebroken, veer gebroken. Hij bolt drie en een halve minuut na winnaar Philippe Gilbert over de meet.

“Met ons nieuw schakelsysteem, zou hem dat niet overkomen zijn”, klinkt Mathias Plouvier overtuigd. Plouvier is CEO van het Turnhoutse fietstechnologiebedrijf Classified. Samen met CTO Roëll Van Druten ontwikkelde hij een spitstechnologisch systeem waarbij de voorderailleur – de grote en de kleine plateau in de volksmond – overbodig wordt. Plouvier: “Het is te zeggen… Visueel is alleen het grote tandwiel vooraan nog te zien, virtueel zit het kleine tandwiel verwerkt in de naaf van het achterwiel. Als je de shifters – het versnellingsapparaat – op het stuur bedient, stuurt een sensor een signaal zodat er achteraan in 150 milliseconden geschakeld wordt.”

“En dat is een spectaculaire verbetering”, gaat Boonen verder. “Het komt het best van pas op korte klimmetjes zoals in de Vlaamse Ardennen. Als je met het huidige systeem vooraan de ketting wil omleggen, moet je altijd het juiste moment zoeken. Het gevaar bestaat namelijk dat de ketting breekt of zich vastzet tussen de tandwielen omdat je té vroeg té veel kracht zet. Je moet een seconde geduld hebben tot de ketting al ratelend en krakend goed valt. Pas dan kan je gas geven. Dit Classified-product schakelt meteen en geruisloos. Als je bijvoorbeeld op de uitloper van een bergje wil doortrekken, hoef je niet te wachten tot de ketting klaar ligt: je klikt en je vlamt verder.”

Innovatie in Limburgse schoot

Medeontwerper Roëll Van Druten bevestigt het verhaal van Boonen. “Van wielerfanaten weten we dat die haperende voorderailleur de weakest link was. Dus zette ik mijn ervaring met automotive transmissies bij Punch Powertrain in, om te zoeken naar een toepassing bij niet-automotive transmissies: de fiets. Cor van Otterloo, de toenmalige CEO van Punch Powertrain stelde me voor aan een ‘fantastische wielerliefhebber die ook superslim is’ (lacht). Dat bleek dan Mathias Plouvier te zijn. En toen begon mijn innovatief idee pas echt te leven.”

“Dat kwam handig uit”, gaat Plouvier verder. Als advocaat was ik al verbonden aan Punch Powertrain en daar leerde ik de juiste mensen kennen. Naast Roëll, bracht Cor me ook in contact met de Hasseltse investeringsmaatschappij LRM. Toen zij met een flink bedrag over de brug kwamen, konden we aan de slag met engineering en productie.”

Boonen investeert

Om de nieuwe ‘drive train’ een gezicht te geven ging Classified in zee met kasseispecialist Boonen. Plouvier: “Door te verwijzen naar het voorval op de Taaienberg, raakte hij geïnteresseerd in onze oplossing daarvoor en hij kwam af. Hij kan het weten natuurlijk en hij is gepassioneerd door de technologie van de fiets.” Boonen beaamt: “Ik deed meteen een test en reed 200 meter met het eerste model. ‘Fenomenaal’ zei ik en dus kreeg ik de fiets enkele weken mee naar huis om uitgebreid te leren kennen. Uiteindelijk ben ik zélf met de vraag gekomen om te mogen investeren, zo enthousiast was ik. En op die manier wil ik het ook in de wielrennerij promoten bij de grote constructeurs. Sinds de lancering zijn er al veel vragen en contacten geweest, dus ik reken erop dat we vertrokken zijn.”

—————————————-

Jeroen Bloemen, LRM: “Een revolutionair product op een klassieke markt”

Met een forse investering van de Limburgse investeringsmaatschappij LRM uit Hasselt, schakelde het Classified-systeem letterlijk en figuurlijk een flinke tand hoger. Jeroen Bloemen, Head of Corporate Affairs, begeleidde het proces. “Classified kwam meteen over als een innovatieve start-up met een product dat veel potentieel had. Dat werd recent bevestigd door de financiële en publicitaire steun van een wielertopper als Tom Boonen, die écht wel weet waar het over gaat. Wij waren een aantal jaren geleden al aan boord van deze ‘drive train’, omdat het een revolutionair product is in de klassieke wielermarkt. Op zich was het geen moeilijke beslissing om te investeren. Vlaanderen is de internationale bakermat van de koers en bovendien ondersteunen we ook in onze regio fietsgerelateerde projecten. Zoals Ridley bijvoorbeeld, een wereldwijde speler in de fietsindustrie, die als een parel in onze achtertuin ligt. Bovendien is Ridley ook als preferred partner betrokken bij dit nieuwe schakelsysteem. Het zou te gek zijn dat LRM zulke initiatieven niet mee van de grond helpt met een groeifinanciering. Het is een soort van ecosysteempje rond de fiets eigenlijk, waarbij het ene project uit het andere voortrolt. Met onze zogenaamde ‘smart money’ investeren we trouwens niet niet alleen. We staan bedrijven ook bij in hun opbouw, hun groei, hun zoektocht naar financiering en zo meer.”

Link: https://www.hbvl.be/cnt/dmf20200831_97692974

Wielrennen is (nog altijd) wit

Kleurlingen in het pelotonEr bestaan weinig mondiale sporten die zo zwart-wit zijn als het wielrennen. Check het huidige Tourpeloton. Er rijdt nauwelijks één gekleurd stipje mee: Kevin Reza… een Fransman, geen Afrikaan. Naar inwoners van het ‘zwarte continent’ is het ook speuren. Twee stuks zijn er: Daryll Impey en Ryan Gibbons. Beiden Zuid-Afrikaan en beiden blank. Waar blijft de Afrikaanse wielervloot?

Waarom is wielrennen nog altijd wit?
Professor Jan Boesman

Professor Jan Boemans, verbonden aan het Instituut voor mediastudies van de KU Leuven, schreef in 2006 de scriptie ‘Waarom is wielrennen wit?’. Hoe bekijkt hij het Afrikaanse wielrennen nu?

Laat ons maar beginnen bij de vaststelling: is het peloton nog altijd wit?

Jan Boesman: “Je kan er niet naast kijken dat blanke renners de boventoon voeren in het pak. Toch tekent zich een nieuwe evolutie af: het Afrikaanse wielrennen groeit beetje bij beetje. Er bestaat bijvoorbeeld al jaren een Afrikaanse profploeg. Nu heet ze NTT, maar die ploeg is gebouwd op de grondvesten van het vroegere MTN Qhubeka en Team Dimension Data. MTN Qhubeka lanceerde om de haverklap Afrikaanse renners die zeker niet anoniem meereden in de Tour. Hoogtepunt was Daniel Teklehaimanot, een Eritreeër, die zelfs de bollentrui droeg. Toegegeven, het blijven uitzonderingen. ”

Hoe komt het dat Afrika niet doorbreekt als wielercontinent?

Boesman: “Dat heeft verschillende oorzaken. Er is uiteraard de kwestie van gebrek aan financiële, materiële en infrastructurele middelen. Belangrijker nog is dat de sport niet leeft in de Afrikaanse cultuur. Wielrennen heeft een duf imago. Een fiets is een gebruiksinstrument en absoluut geen middel om je geld mee te verdienen. Je zou zelfs kunnen zeggen dat ze fietsen eerder als een straf ervaren. Fietsen doe je als je geen geld hebt voor een auto. Laat staan dat je er dan ook nog mee gaat koersen. Moeilijk om te keren, maar het lukt in kleine stapjes.”

Denk je dat het peloton in deze Black Lives Matter-tijden openstaat voor zwarte renners?

Boesman: “Dat gevoel heb ik wel. Tegenwoordig is de wereld een stuk kleiner en opener geworden. Je voelt en hoort aan de moderne renner dat hij een mening heeft, dat hij openstaat voor de wereld. Dat is ooit anders geweest. Indertijd was er een programma Allé Allé Zimbabwe, waarin een aantal Zimbabwanen een opleiding veldrijden kregen. Hoewel goed bedoeld, werd er met die zwarte renners gelachen omdat ze er niets van bakten. Het was leuk dat er wat exoten opdoken. Dat is nu anders: als er een Afrikaan zijn opwachting maakt in het peloton, is dat omdat hij zijn plaats verworven heeft. Men onderschat hen niet meer.”

Stel: er komen veel Afrikanen in het peloton, zoals in het voetbal, én ze boeken goede resultaten. Blijft het peloton of het publiek dan vriendelijk?

Boesman: “Dat is de vraag. Het voetbal kampt inderdaad met racisme. Waarschijnlijk omdat het in een gesloten stadion makkelijker is om dat te uiten. Bovendien zijn de Afrikanen daar met veel en ze hebben succes. In het wielrennen is dat nu niet het geval: ze zijn met weinig en bovendien verwacht ik een andere reactie omdat renners passanten zijn en niet op één plek blijven. Als ze massaal doorbreken en belangrijke overwinningen boeken, krijgen we misschien een ander verhaal.”

Wat doet de wielerwereld om Afrikaans wielertalent te ontdekken?
Jean-Pierre Heynderickx, sportdirecteur

Jean-Pierre Heynderickx was tot vorig seizoen sportdirecteur bij MTN Qhubeka en de opvolger Dimension Data. Momenteel werkt hij voor Bora hansgrohe. Hij heeft de recente evolutie van het Afrikaanse wielrennen van dichtbij meegemaakt.

Hoe komt een Vlaming bij een Afrikaanse ploeg terecht?

Heynderickx: “Heel simpel. Bij mijn vorige werkgever Lotto Soudal had ik de Ronde van Gabon gedaan en ik had daar enkele sterke talenten ontdekt. Ik wilde ze naar Lotto brengen, maar dat lukte niet. Uiteindelijk maakte ik zelf de overstap naar MTN Qhubeka. Waarom? Omdat er in Afrika nog enorm veel wielerpotentieel ligt te wachten.”

Waarom blijven ze dan toch verstoken van de echte doorbraak?

Heynderickx: “Ze krijgen het niet me de paplepel mee zoals wij. En er schuilt ook wat gemakzucht in. Toen de Eritreeër Teklehaimanot van zich liet spreken in de Tour, ging hij nadien op zijn lauweren rusten. Dat is ook wel typisch de Afrikaanse mentaliteit, zoals bij de Columbianen vroeger. Zorgen voor snel geldgewin en dan niet meer tot het uiterste willen gaan om helemaal top te worden.”

Nochtans had en heeft het project Qhubeka toch het doel om de fiets in Afrika te promoten, niet?

Heynderickx: “Dat klopt inderdaad. De profploeg was het uithangbord van een humanitair programma waarbij de fiets en het fietsen centraal stond. Onze renners waren ook ambassadeur van dat project. Zij verdienden geld en dat werd besteed aan fietsprojecten. Neem nu bijvoorbeeld Serge Pauwels: die solliciteerde doelbewust bij de ploeg omdat het menselijke aspect hem zo aanstond. En Mark Cavendish verkocht zijn gele trui per opbod, om vervolgens dat geld te schenken aan Qhubeka. Wij gingen ook naar Zuid-Afrika en bezochten meermaals de townships. Als we daar een ruwe fietsdiamant vonden, werd die meteen als uithangbord voor de plaatselijke jeugd voorgesteld. Het huidige NTT is wat commerciëler van aard: ze hebben bijvoorbeeld niet de klassieke winterstage in Afrika afgewerkt. Jammer.”

Waar zie jij het Afrikaanse wielrennen staan in 2030?

Heynderickx: “Toen ik in 2015 aan mijn opdracht begon dacht ik in 2021 de eerste zwart-Afrikaanse Tourwinnaar te kunnen vieren. Niet dus, maar het komt er wel ooit van. 2030? Waarom niet?”

Is het WK wielrennen 2025 in Rwanda realistisch?

Rwanda heeft officieel een kandidatuur ingediend om het WK wielrennen van 2025 te organiseren. Welke impact zou zo een evenement hebben op het Afrikaanse wielrennen?

Stephan Van der Zwan, Procyclingstats: “Het idee om het WK in Rwanda te organiseren, werd door mij via Twitter gelanceerd, net zoals het begrip ‘De Muur van Kigali’. Niet zomaar hoor. Ik ben er vaak geweest en hielp de organisatie van de Ronde van Rwanda om zich op de kaart te zetten. Dat is gelukt. Alleen… Rwanda heeft volgens mij het geld niet om het allemaal te bekostigen. Het zal van de UCI moeten komen vermoed ik.” Alhoewel, het is niet zo dat Rwanda op zwart zaad zit. Op dit moment staat er voor maar liefst 39 miljoen dollar per jaar ‘Visit Rwanda’ op de mouwen van Arsenal-spelers. De opwarmingsshirts van Paris Saint-Germain etaleren dezelfde boodschap, voor een slordige 10 miljoen euro per jaar. Dan zal een vermoedelijk bedrag van 7,1 miljoen euro voor het WK wielrennen waarschijnlijk geen probleem vormen.

Tom Vandamme, voorzitter Belgische wielerbond: “Het is zeker een optie, maar ook Marokko en Zuid-Afrika zijn kandidaat om dat WK te organiseren. Ik zou het mooi vinden als Rwanda het haalt. Dit is het hart van Afrika. De brede boulevards van Kigali zouden het gedroomde parcours vormen voor een zeer snelle, maar lastige wegwedstrijd. En aan het prachtige Kivu-meer kan je de tijdritten organiseren.”

Jan Boesman: “Een schitterende keuze als het lukt. Een vriend van me noemt het zelfs het paradijs op aarde voor fietsers. De wegen zijn in orde, de logistieke infrastructuur ook. Dit kan een schot in de roos zijn. Het is sowieso een boost voor het Rwandese wielrennen, maar het valt af te wachten of heel Afrika ervan kan meegenieten.”

Jean-Pierre Heynderickx: “Absoluut fantastisch, zeker qua koersbeleving. De Ronde van Rwanda lokt enorm veel kijkers langs de wegen. Ik maakte ooit het Eritrees kampioenschap mee als ploegleider. Wát een enthousiasme… Amai, dat kon zeker de vergelijking doorstaan met het wielergekke Vlaanderen of Frankrijk. Met een WK kan het alleen maar beter worden.

Link: https://m.hbvl.be/cnt/dmf20200909_97809875

Twitter-geschitter en Facebook-verzoeken

sociale mediaDe socialmedia-kanalen van Wellens, Philipsen en Teuns boomen

“Dylan die voor eeuwig zijn naam schrijft op La Planche des Belles Filles? Jasper die naar een vijfde plek sprint? Dat zijn online knallers!”, zegt Frédéric De Muynck, de Twitter-master van Dylan Teuns en Jasper Philipsen. “En Tim Wellens die de bollentrui pakt op een lekke band? Een bom op social media!”, bevestigt Gregory Vandamme, beheerder van de Facebook-pagina van de Truienaar. De Limburgse renners rijden een opvallende Tour. Ze worden niet alleen aangemoedigd langs Franse avenues maar ook op de digitale snelweg.

Davy Scheelen

Gregory Vandamme – Tim Wellens: “Wie Tim volgt, heeft hem zelf opgezocht”

Tim Wellens is een wereldcoureur, want zijn 21.673 Facebook-volgers komen uit 45 landen. Niet alleen uit de traditionele fietslanden, maar ook uit streken waar wieleranalfabetisme hoogtij viert. De Filipijnen, Taiwan en Costa Rica bijvoorbeeld. “En het zijn allemaal fans op eigen initiatief”, vertelt Gregory Vandamme. “Wij versturen geen uitnodigingen om hem te volgen, te liken of te sharen. Wie Tim volgt is hem zelf gaan opzoeken. Het socialmediabureau achter Peter Sagan doet wel aan promo met meer dan een miljoen online fans tot gevolg. Maar dan krijg je fake opgepompte platformen, vol reclame. En dat wil Tim niet. Het moet puur zijn, gemaakt door en voor fans.”

Twitter Tim Wellens

Social media zijn een steekvlam: ze ontploffen als er iets speciaals gebeurt. Vandamme: “De dag  dat Tim de bollentrui binnenhaalde, waren er maar liefst 39.852 mensen wereldwijd die zijn fanpagina bezochten. En toen Dylan Teuns won op La Planche de Belles Filles, postte ik een 10 jaar oude foto van hem en Dylan: meer dan 53.000 unieke clicks! De Tour is een bom. Ter vergelijking: toen Tim de tijdrit won in de Baloise Belgium Tour waren er die dag ‘amper’ 5.241 clicks. Op alle reacties antwoorden lukt niet, dus we filteren. Tim heeft een zwak voor zijn allerjongste supporters. En hij is ook erkentelijk naar mensen die hem in zijn carrière hebben geholpen. We weten ook dat Australiërs ’s nachts opstaan om naar zijn wedstrijden te kijken. En een Spaanse oud-ploegmaat van vader Leo zocht contact via Facebook. Leuk toch! (lacht)”

“Heel opvallend was de plotse Facebook-toeloop na zijn TUE-uitspraken. Zoals je weet weigert Tim een cortisone-behandeling voor zijn warmteallergie. Nochtans kan hij een uitzondering – een TUE (Therapeutic Use Exemption) –aanvragen, maar dat wil hij niet omdat hij zuiver wil sporten. Als gevolg juichten vele Britten hem toe op zijn Facebook-pagina, omdat hún Sky-ploeg – nu Ineos – in het verleden wat schimmig deed over behandelingen van Chris Froome en Bradley Wiggins. Maar er komt net zo goed ook bagger binnen. Een 60-jarige vrouw uit West-Vlaanderen vroeg Tim eens of ‘de cortisonesnoepjes lekker waren’, na ritwinst in de Giro. Tja… ongelooflijk, hè?”

Frédéric De Muynck – Jasper Philipsen en Dylan Teuns: “Aantal volgers neemt dagelijks toe”

Twitter Merijn Casteleyn

Een leuk filmpje siert de Twitter-pagina van Jasper Philipsen. Het is een gimmick van Tom Boonen en VTM-wielerjournalist Merijn Casteleyn, waarbij ze samen met de jonge UAE-renner op zoek gaan naar een ‘Kempengroet’. Het resultaat is leuk: een horizontale vuist met een trillende duim-pinkbeweging en vooral… een hoop online reacties, retweets en likes. “En daar is het hem om te doen”, zegt Frédéric De Muynck, de Twitter-schaduw van Philipsen en Dylan Teuns. “Men zegt wel eens dat het Twittervogeltje niet meer piept, maar daar merk ik niet veel van. Dylan kreeg na zijn overwinning op La Planche des Belles Filles met de klap 500 volgers bij.”

De Muynck is bediende bij Engie Electrabel en dankt zijn uit de hand gelopen hobby aan de NMBS. “Ik zit veel op de trein van en naar Brussel en besteed die tijd aan de social media van wielrenners. Mijn rit ’s avonds komt vaak netjes uit met de aankomst van een etappe. Zeer handig. Ik tweet trouwens niet alleen voor Jasper en Dylan, maar ook voor Pieter Serry en nog andere renners.”

Net zoals Facebook is ook Twitter sterk afhankelijk van het ‘succes van het moment’. “En dan gaat het snel”, gaat De Muynck verder. “Na La Planche retweette ik de overwinningskus van Dylan aan zijn vriendin Lies en op één dag waren er bijna 1.300 likes. Jasper heeft al tweemaal prachtig gesprint, voor zichzelf of voor Alexander Kristoff. Vrij snel zie je dan beweging op de Twitteraccount en postte Kristoff bijvoorbeeld zijn bewondering voor de werken van Jasper. Daar pikken we natuurlijk meteen op in. Jasper en Dylan stellen trouwens het ploegbelang voorop, met vaak een compliment aan het team. Het legt hen in ieder geval geen windeieren. Ondanks de vrij jonge Twitteraccount van beide renners, heeft Dylan al meer dan 6.000 volgers en Jasper bijna 2000. Het aantal volgers neemt dagelijks toe.”

Tweets worden vaak vergezeld van een foto, maar dat blijkt geen eenvoudige zoektocht. De Muynck: “Dat klopt. Recent had ik een foto van Pieter Serry op mijn persoonlijke account gezet. Hij stond erop met een blikje Cola. Op zich geen probleem, want Coca Cola is een cosponsor van Deceuninck – Quick Step. Maar ik moet opletten dat hij niet toevallig met een Aperol verschijnt, want dan is er een probleem. Als ik Dylan bij een Ferrari zou fotograferen, terwijl zijn ploeg Bahrein – Merida wordt gesponsord door McLaren, dan ontstaat er toch deining. Het zijn de details die het hem doen. (lacht)”

Hier vindt u dit artikel terug: https://www.hbvl.be/cnt/dmf20190715_04511612

Enkele richtcijfers…
Twitter-volgersFacebook-volgers
Internationaal:
Chris Froome: 1.522.842
Internationaal
Peter Sagan: 1.161.545
Nationaal:
Tom Boonen: 247.008
Nationaal
Philippe Gilbert: 166.782
Limburg
Tim Wellens: 23.805
Limburg
Tim Wellens: 20.807
Ter vergelijking… In voetbal is alles groter…
Christiano Ronaldo: 78,5 miljoenChristiano Ronaldo: 121 miljoen

Twitter-geschitter en Facebook-verzoeken

sociale mediaDe socialmedia-kanalen van Wellens, Philipsen en Teuns boomen

“Dylan die voor eeuwig zijn naam schrijft op La Planche des Belles Filles? Jasper die naar een vijfde plek sprint? Dat zijn online knallers!”, zegt Frédéric De Muynck, de Twitter-master van Dylan Teuns en Jasper Philipsen. “En Tim Wellens die de bollentrui pakt op een lekke band? Een bom op social media!”, bevestigt Gregory Vandamme, beheerder van de Facebook-pagina van de Truienaar. De Limburgse renners rijden een opvallende Tour. Ze worden niet alleen aangemoedigd langs Franse avenues maar ook op de digitale snelweg.

Davy Scheelen

Gregory Vandamme – Tim Wellens: “Wie Tim volgt, heeft hem zelf opgezocht”

Tim Wellens is een wereldcoureur, want zijn 21.673 Facebook-volgers komen uit 45 landen. Niet alleen uit de traditionele fietslanden, maar ook uit streken waar wieleranalfabetisme hoogtij viert. De Filipijnen, Taiwan en Costa Rica bijvoorbeeld. “En het zijn allemaal fans op eigen initiatief”, vertelt Gregory Vandamme. “Wij versturen geen uitnodigingen om hem te volgen, te liken of te sharen. Wie Tim volgt is hem zelf gaan opzoeken. Het socialmediabureau achter Peter Sagan doet wel aan promo met meer dan een miljoen online fans tot gevolg. Maar dan krijg je fake opgepompte platformen, vol reclame. En dat wil Tim niet. Het moet puur zijn, gemaakt door en voor fans.”

Twitter Tim Wellens

Social media zijn een steekvlam: ze ontploffen als er iets speciaals gebeurt. Vandamme: “De dag  dat Tim de bollentrui binnenhaalde, waren er maar liefst 39.852 mensen wereldwijd die zijn fanpagina bezochten. En toen Dylan Teuns won op La Planche de Belles Filles, postte ik een 10 jaar oude foto van hem en Dylan: meer dan 53.000 unieke clicks! De Tour is een bom. Ter vergelijking: toen Tim de tijdrit won in de Baloise Belgium Tour waren er die dag ‘amper’ 5.241 clicks. Op alle reacties antwoorden lukt niet, dus we filteren. Tim heeft een zwak voor zijn allerjongste supporters. En hij is ook erkentelijk naar mensen die hem in zijn carrière hebben geholpen. We weten ook dat Australiërs ’s nachts opstaan om naar zijn wedstrijden te kijken. En een Spaanse oud-ploegmaat van vader Leo zocht contact via Facebook. Leuk toch! (lacht)”

“Heel opvallend was de plotse Facebook-toeloop na zijn TUE-uitspraken. Zoals je weet weigert Tim een cortisone-behandeling voor zijn warmteallergie. Nochtans kan hij een uitzondering – een TUE (Therapeutic Use Exemption) –aanvragen, maar dat wil hij niet omdat hij zuiver wil sporten. Als gevolg juichten vele Britten hem toe op zijn Facebook-pagina, omdat hún Sky-ploeg – nu Ineos – in het verleden wat schimmig deed over behandelingen van Chris Froome en Bradley Wiggins. Maar er komt net zo goed ook bagger binnen. Een 60-jarige vrouw uit West-Vlaanderen vroeg Tim eens of ‘de cortisonesnoepjes lekker waren’, na ritwinst in de Giro. Tja… ongelooflijk, hè?”

Frédéric De Muynck – Jasper Philipsen en Dylan Teuns: “Aantal volgers neemt dagelijks toe”

Twitter Merijn Casteleyn

Een leuk filmpje siert de Twitter-pagina van Jasper Philipsen. Het is een gimmick van Tom Boonen en VTM-wielerjournalist Merijn Casteleyn, waarbij ze samen met de jonge UAE-renner op zoek gaan naar een ‘Kempengroet’. Het resultaat is leuk: een horizontale vuist met een trillende duim-pinkbeweging en vooral… een hoop online reacties, retweets en likes. “En daar is het hem om te doen”, zegt Frédéric De Muynck, de Twitter-schaduw van Philipsen en Dylan Teuns. “Men zegt wel eens dat het Twittervogeltje niet meer piept, maar daar merk ik niet veel van. Dylan kreeg na zijn overwinning op La Planche des Belles Filles met de klap 500 volgers bij.”

De Muynck is bediende bij Engie Electrabel en dankt zijn uit de hand gelopen hobby aan de NMBS. “Ik zit veel op de trein van en naar Brussel en besteed die tijd aan de social media van wielrenners. Mijn rit ’s avonds komt vaak netjes uit met de aankomst van een etappe. Zeer handig. Ik tweet trouwens niet alleen voor Jasper en Dylan, maar ook voor Pieter Serry en nog andere renners.”

Net zoals Facebook is ook Twitter sterk afhankelijk van het ‘succes van het moment’. “En dan gaat het snel”, gaat De Muynck verder. “Na La Planche retweette ik de overwinningskus van Dylan aan zijn vriendin Lies en op één dag waren er bijna 1.300 likes. Jasper heeft al tweemaal prachtig gesprint, voor zichzelf of voor Alexander Kristoff. Vrij snel zie je dan beweging op de Twitteraccount en postte Kristoff bijvoorbeeld zijn bewondering voor de werken van Jasper. Daar pikken we natuurlijk meteen op in. Jasper en Dylan stellen trouwens het ploegbelang voorop, met vaak een compliment aan het team. Het legt hen in ieder geval geen windeieren. Ondanks de vrij jonge Twitteraccount van beide renners, heeft Dylan al meer dan 6.000 volgers en Jasper bijna 2000. Het aantal volgers neemt dagelijks toe.”

Tweets worden vaak vergezeld van een foto, maar dat blijkt geen eenvoudige zoektocht. De Muynck: “Dat klopt. Recent had ik een foto van Pieter Serry op mijn persoonlijke account gezet. Hij stond erop met een blikje Cola. Op zich geen probleem, want Coca Cola is een cosponsor van Deceuninck – Quick Step. Maar ik moet opletten dat hij niet toevallig met een Aperol verschijnt, want dan is er een probleem. Als ik Dylan bij een Ferrari zou fotograferen, terwijl zijn ploeg Bahrein – Merida wordt gesponsord door McLaren, dan ontstaat er toch deining. Het zijn de details die het hem doen. (lacht)”

Hier vindt u dit artikel terug: https://www.hbvl.be/cnt/dmf20190715_04511612

Enkele richtcijfers…
Twitter-volgersFacebook-volgers
Internationaal:
Chris Froome: 1.522.842
Internationaal
Peter Sagan: 1.161.545
Nationaal:
Tom Boonen: 247.008
Nationaal
Philippe Gilbert: 166.782
Limburg
Tim Wellens: 23.805
Limburg
Tim Wellens: 20.807
Ter vergelijking… In voetbal is alles groter…
Christiano Ronaldo: 78,5 miljoenChristiano Ronaldo: 121 miljoen
Logo Paswoord

Wens je bijkomende informatie?

Aarzel niet om mij te contacteren als u bijkomende informatie wenst rond diensten of prijzen.

Menu