Logo Paswoord

De soundtrack van de tourManeater – Daryl Hall & John Oates (doorbraak Hirshi)

Oh, here she comes. She is a maneater? Maak er maar Hirshi comes, he is a maneater van, want Marc Hirshi was dé revelatie van de Tour. Meer nog dan Tadej Pogacar verraste de geblokte Zwitser het peloton met stijlvolle krachtpatserij en snedige afdalingen. Een keertje nipt tweede na Alaphilippe in Nice. Een keertje nipt derde na Pogacar en Roglic in de Pyreneeën. De namen moesten al stevig ronken om hem voor te blijven. De oververdiende oppergaai greep hij dan toch in Sarran waar de maneater het hele peloton opvrat. Ook Sunweb-ploegmaat Sören Kragh Andersen kegelde twee zeges in zijn mand. Een jonge ploeg vrijbuiters, die inderdaad vrij veel buit pakte.

Que si, que no – Jodi Bernal (falende Bernal)

De Nederlandse Columbiaan Jodi Bernal wist het 20 jaar geleden al. Zijn land- en naamgenoot Egan Bernal zong de hele tour van que si, que no: of wel of niet? Hij kwam moeilijk op gang, zette dan zijn ploeg Ineos Grenadiers aan het werk om vervolgens… eraf gereden te worden. Uiteindelijk gaf hij op. Na zijn eindwinst vorig jaar was hij met zekerheid vertrokken voor een reeksje van vijf à zes stuks, maar dat wordt eerder no dan si. Met nog jongere toppers als Pogacar, Evenepoel en waarom ook niet Hirshi mag hij blij zijn als het er nog eens van komt.

Lastig – Niels Hendrix

‘Lek toch allemaal mijne zak, kus toch allemaal mijn kloten. Het maakt me me niks uit. Ik ben gewoon weer lastig’. Voilà, de perfecte beschrijving van de gemiddelde sprint van Peter Sagan. Sterke renner (geweest?), maar hij permitteert zich spurt na spurt te veel en maakt zich achteraf lastig op de concurrentie. In Poitiers beukte hij in volle galop Van Aert in de zij en hij werd gedeclasseerd.  Ook Boulevard of broken dreams van Green Day is een optie. Zeg maar Green Away, want het incident met Van Aert was de doodsteek voor zijn groene droom. Krijgen we de Hulk nog eens echt te zien?

Overpowered – Roisin Murphy (overmacht Jumbo Visma)

Jumbo… Het woord klinkt al groots; het team was ook groots. Wat een oerende overmacht spreidde het Nederlandse team tentoon. Het overpowerde Ineos in alle geledingen. Primoz Roglic domineerde, op één dag na; Tom Dumoulin schikte zich in de rol van meesterhelper bergop; Wout Van Aert knalde iedereen waar hij wou uit het wiel; Tony Martin mende de troepen en legde de koers stil in Nice; Robert Gesink, George Bennett, Sepp Kuss en Gröndal Jansen reten gaten open en reden ook gaten dicht… Op La Planche werden ze zelf overpowered door een wonderkind. Murphy zat in de benen van Roglic die zijn slechtste dag in drie weken kende.

Better, harder, stronger, faster – Daft Punk (alleskunner Van Aert)

Pogacar mag de Tour dan gewonnen hebben, de wereld heeft met open mond naar zijn ploegmaat Wout Van Aert gekeken. On-ge-loof-lijk, wat een kanon Eigenlijk is hij in bijna alles de beste. Hij sprint en wint, hij flyert en waaiert, hij klimt en knalt, hij flitst en feest. Straffer nog: hij wordt elk jaar nog better, harder, stronger en faster. Het peloton davert als de punky witte kuif zich op kop zet. Al goed voor de tegenstrevers dat hij zich moest sparen en opofferen voor de gele trui, want nu heeft hij ‘maar’ twee keer gewonnen. ‘Woutstanding’ titelde de Britse pers. Het woord zegt alles.

Slippery people – Talking heads (gladde openingsrit)

Na een half jaar coronastilte, bestormden de renners in de eerste rit het ommeland van Nice. Wat een spijtig slippery spektakel was dat. Regen teisterde de Zuid-Franse wegen, waardoor tal van renners zich geroepen voelden om te vallen. Tony Martin legde de koers stil. George Bennett viel zelfs al stilstaande nog van zijn fiets. Peloton en koersdirectie spraken af dat tijdsverschillen binnen drie kilometer van de meet niet meer zouden meetellen. Van pure geruststelling gingen ze er op kilometer 2,99 alweer bij liggen. Een wonder dat de rit een winnaar kende die recht bleef: Alexander Kristoff.

On top of the world – Imagine Dragons (Slovenië is een koersland)

Een nieuw wielerland is on top of the world: Slovenië. Vuurspuwende draken van dienst zijn Tadej Pogacar en Primoz Roglic, nummers één en twee. Het is niet onverwacht na hun prestaties van de voorbije jaren, maar plots wapperen er twee Sloveense vlaggen op de Champs Elysées. Straf. Ze reden altijd in elkaars wiel, één keer zelfs letterlijk op de top van de Col de Marie Blanque. Imagine dat Pogacar daar valt en moet opgeven… Het zou de meest aantrekkelijke Tour in jaren een flinke knauw gegeven hebben. Op de Col de la Loze, het dak van de Tour, vochten ze een prangende krachtmeting uit met Roglic als winnaar. Op La Planche sloeg Pogacar zijn kompaan snoeihard knock-out.

Pocket revolution – Deus (de sprint van Ewan)

De groene trui is voor Sam Bennett, maar dé spinter der sprinters is toch Caleb Ewan. Hij verstopte zich een hele Tour in de achterzak van zijn reuzenploegmaats Frison en Kluge, maar sprong er driemaal uit om zijn slag te slaan. Zijn slalomsprint in Sisteron was weergaloos. Keertje links passeren, keertje rechts in het gaatje duiken om uiteindelijk in het midden op plaats één te eindigen. De Pocket Rocket wordt hij genoemd. Je ziet hem nergens en plots duikt hij als een deus ex machina op om iedereen op te rollen. Hij zette een bleek Lotto Soudal alleen op de kaart.

Just the two of us – Bill Withers (duo Carapaz, Kwiatkowski)

Het leek alsof de exit via de achterpoort van Egan Bernal een grote poort naar nieuwe kansen openzette bij Ineos Grenadiers. Richard Carapaz, in extremis toegevoegd aan de Tourselectie, deed in de Alpen dag na dag een gooi naar de bollen en de prijs van de superstrijdlust. Op weg naar La Roche-sur-Foron nam hij ploegmaat Michal Kwiatkowski mee. Ze ramden alle medevluchters uit hun spoor en zetten de mooiste duoraid uit de Sky/Ineos-geschiedenis op poten. Just the two of us. Kwiatkowski kreeg de rit, Carapaz de bergtrui. Arm in arm naar succes, maar wel een leuk beeld hoe de Pool een nanoseconde lang dubbelcheckte of zijn wiel echt wel vóór de Ecuadoriaan over de lijn reed.

The times they are  a-changing – Bob Dylan

Er zijn honderden tracks denkbaar bij de historische tijdrit op La Planche des Belles Filles. Thunderstruck van AC/DC, een donderslag bij heldere hemel. Een ommekeer zoals in 1989, toen Lemond Fignon in extremis klopte. The Collector van Nine Inch Nails, omdat Tourwinnaar Pogacar een Merckxiaanse hoeveelheid truien verzamelt: geel, bollen en wit. Maar de keuze valt finaal op The Times they are a-changing van Bob Dylan. Na de 22-jarige Bernal in 2019, neemt 22-jarige Pogacar in 2020 over. Is in 2021 de 21-jarige Evenepoel aan de beurt? Wie zal het zeggen? Maar plots zijn Froome, Nibali en Thomas wel heel oude krokodillen in het peloton. De kans dat zij ooit nog een gele trui mogen bijschrijven op hun palmares, is met de klap verschrompeld tot enkele procentjes.

Bekijk hier het gepubliceerde artikel.

Menu