Logo Paswoord

Eddy Merckx FanZondag zendt Eén ‘De zomer van 1969’ uit, een unieke documentaire over twee iconische gebeurtenissen op 20 juli 1969. Terwijl Neil Armstrong de maan bestormde, beukte Eddy Merckx de poort naar de wielerhemel open met zijn eerste Tourwinst. En dat op nauwelijks 24 uur tijd. “En wij mogen zaterdag naar de avant-première van die documentaire”, glunderen Maurice en Patrick Heleven, Diepenbeekse Merckx-fans en vertrouwelingen van het eerste uur. “Om 16.50u begint het, op de minuut exact 50 jaar nadat hij de gele trui pakte.”

Rob Rodiers / Davy Scheelen

Grootste renner aller tijden: Eddy Merckx. Grootste Merckx-fans aller tijden: de familie Heleven uit Diepenbeek. In peloton nog wel, met moeder Cecile op kop, vader Maurice in de slipstream en de zeven kinderen in de spreekwoordelijke bus.

Vader Maurice (85): “Twee stationwagens heb ik volledig opgereden, naar de wedstrijden van Eddy”.

Zoon Patrick (54): “Met zijn allen volgden we Merckx op de voet. Letterlijk zelfs. Toen hij de Ronde van Vlaanderen in 1975 won, stonden wij onder de perstribune ‘Eddy, Eddy, Eddy’ te roepen. Commentator Fred De Bruyne maande ons aan tot kalmte, maar wij raakten Eddy zijn voeten aan en bleven roepen. Dat hoor je ook op de beelden, terwijl Frans Verbeeck de historisch woorden zei dat Merckx ’5 kilometer te rap reed’.

Maurice: “We hadden een bloeiende kruidenierszaak. Van ’s morgens half zeven tot ’s avonds acht uur waren we open. Maar in het pisteseizoen ging de deur dicht en vertrokken wij nog naar de zesdaagse van Antwerpen. En op zondagmiddag sloten we rond de middag en gingen we op weg naar de koers.”

Patrick: “Wij allemaal, met onze zelfgebreide Molteni-tenuetjes aan. Echt waar! Wat de rangorde betreft was alles duidelijk. Eerst Merckx, dan de kruidenierszaak, en dan de kinderen (lacht). Nu, wij wisten niet beter. Koers was een deel van ons gezin. Wij gaven op school jaarlijks spreekbeurten over Merckx, maar het was nooit dezelfde inhoud. Het gebeurde zelfs dat we niet konden spreken op school, omdat we de avond voordien Eddy luidruchtig hadden aangemoedigd op de piste. Ons mama schreef dan een ziektebriefje. ”

Maurice: “Ik ben 100% voor Merckx, maar mijn vrouw zaliger was dat 200%. Het is dankzij haar dat we persoonlijk bevriend zijn geraakt met de familie van de Kannibaal. Op het BK 1967 in Mettet, toen hij nog niet zo bekend was, kwam Eddy ten val vlak voor onze neus. Iedereen werd weggeduwd, maar Cecile niet. Zij diende eerste zorgen toe en kon ook een beetje Frans spreken. Men dacht zelfs dat zij de moeder was van Eddy. Achteraf zocht ze contact met Claudine, Eddy’s vrouw, en er kwam meteen reactie. Een intense vriendschapsband was geboren. Nu, ikzelf volgde hem wel al eerder. Tijdens een tijdrit in de Ronde van Limburg van 1963 zag ik hem voor het eerst, als jongere. We dachten dat de koers gereden was, maar toen zei iemand dat ‘de kleine Brusselèèr’ er nog aankwam. En dat bleek Merckx te zijn. Hij kuiste de boel daar netjes op en vanaf toen begon ik hem te volgen. ”

Patrick: “In die jaren kwam Eddy thuis vaak over de vloer, samen met zijn gezin. Wij speelden met zijn kinderen Axel en Sabrina, terwijl onze ouders verbroederden. We zijn zelfs met hen op vakantie geweest toen Eddy deelnam aan een rittenwedstrijd. Iedereen van het gezin ging mee. Mijn oudste zussen kregen uiteindelijk genoeg van Merckx en waaiden over naar Willy Sommers en John Terra. (lacht)”

Maurice: “Ik weet nog dat de organisatoren van de Nacht van Bilzen, die toen nog georganiseerd werd, wat zenuwachtig werden omdat Eddy niet kwam opdagen. Uiteindelijk belde iemand om te vragen of hij hier was. En dat was ook het geval. Hij zat hier rustig koffie en taart te eten (lacht)”

Patrick: “Het was een hele belevenis als Merckx er was. Wij mochten niets verklappen, maar ons zenuwachtig gedrentel op straat in afwachting van de komst van Eddy, verraadde natuurlijk alles. Op den duur stond er 300 man voor onze deur. Voor de ploeg van Merckx hoorden wij gewoon bij de entourage. Ik herinner me nog dat we Eddy gingen afhalen op Zaventem, met andere supporters. Een gepensioneerde rijkswachter regelde daar Eddy’s administratie. Die man kende ons ondertussen zo goed dat hij mij en mijn broer helemaal meenam tot aan het vliegtuig van Merckx. Dat kan je je nu niet meer voorstellen.”

1969

Hoewel de Tour van 1969 de definitieve doorbraak van Merckx betekende, konden de Helevens niet alle ritten volgen.

Maurice: “Jammer inderdaad. Maar de kinderen waren op dat moment nog te klein. Als je allemaal pagadders hebt met luiers en koetsen, dan is dat niet evident. Zo hebben we hem dus niet zien passeren in België.”

Patrick: “Maar dat maakte papa wel dubbel en dik goed in Parijs, meer bepaald op de wielerbaan van Vincennes. Ik heb het 50 jaar niet geweten, maar hij heeft zich daar misdragen (lacht).”

Maurice: “Inderdaad. We vertrokken met de trein naar Parijs. 63 wagons afgeladen vol Merckx-supporters gingen de held opwachten. Alhoewel, één wagon zat vol bier en dat goedje was natuurlijk volledig op bij aankomst. We trokken naar de wielerpiste en daar kwam Merckx aangereden. En weer roepen: ‘Eddy, Eddy, Eddy’. Ik hield me eerst nog in en liet hem een ronde passeren. Bij de tweede keer sprong ik gewoon over de balustrade en liep naar hem toe, drie meter onder mij. Maar dat was zonder de bodyguards gerekend, die me meteen staande hielden. Dichter ben ik toen niet geraakt, maar Eddy had me wel gezien… én gehoord.”

Patrick: “De opperste beloning van ons fanship kwam na de Tour van 1971. We kregen het bericht van Claudine dat er een pakketje klaarlag voor ons. Wij naar Brussel. Wat bleek? Eddy schonk ons de originele gele trui waarmee hij in Parijs in 1971 had rondgereden. Fantastisch. Wij hebben nooit iets gevraagd, en toen kwam die verrassing op ons af. Dat betekende veel.”

Maurice: “Nog zo een verhaal. Na Eddy begonnen we ook Axel te volgen. In 2000 werd hij vrij onverwacht Belgisch kampioen in Rochefort. Mijn vrouw was toen al ernstig ziek en Axel wist dat. Wat gebeurde er? Hij bracht ons zijn overwinningsbloemen. Hij wist dat hij waarschijnlijk nooit meer die bloemen zou winnen, maar hij schonk ze toch aan ons.”

Patrick: “We hebben trouwens onze witte poort toen in de Belgische kleuren geverfd. Ondertussen is ze toch weer wit. (lacht)”

Maurice: “Het enige waar ik echt spijt van heb, is dat ik Eddy niet ben gaan aanmoedigen tijdens zijn werelduurrecord in Mexico. Nochtans stond ik klaar, maar ik wist gewoon niet wanneer we zouden terugkomen, omdat ook niet meteen duidelijk was op welke dag hij zou rijden. Dat kon ik niet maken met mijn kruidenierswinkel en dus bleef ik thuis.”

Patrick: “Hij is wel in Venezuela geweest en heeft hem wereldkampioen zien worden in 1974, in het Canadese Montreal.”

Maurice: “Inderdaad, met een spandoek dat de winst van Eddy al voorspelde. Een mooi verhaal. We stonden daar met dat spandoek in onze handen op de renners te wachten, een dag lang. Omdat het nogal vermoeiend was, trokken we de veters uit onze schoenen en hingen we het spandoek op aan de nadarafsluiting (lacht)”

Patrick: Nadarafsluitingen, nog zoiets. Vaak waren wij al zo vroeg op de koers, dat we de organisatoren hielpen met het klaarzetten van het parcours en de nadars. Eigenlijk niet te geloven. Maar ja, toen hadden we geen smartphones of computerspelletjes. We konden fietsen, voetballen… of afsluitingen plaatsen. En spandoeken maken. ‘Geen gezaag, Eddy wint vandaag’, dat weet ik nog. Koersen deed ik trouwens ook. Op een Merckx-fiets uiteraard, door Eddy zelf opgemeten. Nu koers ik niet meer, dat zie je wel (wijst naar zijn buik). Nog zoiets trouwens. Ik smelt nog altijd van de hotdoggeur van toen. En frituur Het Park in Tienen zag ons ook graag komen, want daar stopten we heel vaak na een wedstrijd.”

Link: https://www.hbvl.be/cnt/dmf20190719_04519441

Menu